Extract (uittreksel) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract (uittreksel) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 22 maart 1940. Nº 25/36/4 M. 1940 1/4
[Stempel/Handgeschreven:] GEZIEN DE INSPECTEUR, [Handtekening: della...], Markt[..]
No. 233 L.M. 1940.
Ontneming recht op plaats marktkoopman.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 22 Maart 1940.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 12 Maart 1940, No. 25/36/2 M;
Gelet op den brief van den Commissaris van Politie, 5e Sectie, No. 272, d.d. 27 Februari 1940;
Mede gelet op hun besluit, van 30 Juni 1939, No. 522 L.M. 1939;
B e s l u i t e n :
te bepalen:
1º. dat de in hun bovenaangehaald besluit aan den marktkoopman S. Zoute, wonende Louis Bothastraat 12-II, voorwaardelijk opgelegde straf, — n.l. 3 maanden uitsluiting van de markten,— met ingang van 29 Maart 1940 ten uitvoer zal worden gelegd, aangezien hij zich vóór 9 Juli 1941 wederom aan strafbare feiten op de markt heeft schuldig gemaakt;
2º. dat gemelde koopman in aansluiting aan deze straf, op grond van op 21 en 22 Februari j.l. op de markt Albert Cuypstraat gepleegde strafbare feiten, bovendien zal worden gestraft met ontneming van het recht een plaats op de markten hier ter stede in te nemen voor den tijd van 2 dagen, derhalve tot 1 Juli 1940.
[Rechtsonder in potlood:] 25 Dit document betreft een officieel gemeentelijk besluit waarin een administratieve sanctie wordt opgelegd aan een marktkoopman, de heer S. Zoute. De tekst is zakelijk en volgt een strikt ambtelijk format (voorstel, overwegingen/preambules en het uiteindelijke besluit).
De kern van de zaak is een cumulatie van straffen:
1. Tenuitvoerlegging oude straf: Zoute had in juni 1939 een voorwaardelijke straf gekregen (3 maanden uitsluiting van de markt) met een proeftijd tot juli 1941. Omdat hij opnieuw de fout in is gegaan, wordt deze voorwaardelijke straf nu onvoorwaardelijk.
2. Nieuwe sanctie: Voor nieuwe "strafbare feiten" gepleegd op 21 en 22 februari 1940 op de Albert Cuypmarkt, krijgt hij een extra uitsluiting van twee dagen.
Het resultaat is dat de man vanaf 29 maart 1940 voor een periode van drie maanden en twee dagen niet op de Amsterdamse markten mag staan, wat effectief duurt tot 1 juli 1940. De aard van de "strafbare feiten" wordt niet gespecificeerd, maar aangezien het de Albert Cuypmarkt betreft en gerapporteerd is door de politie, kan het gaan om zaken als illegale handel, het niet naleven van marktvoorschriften of verstoring van de openbare orde. Het document dateert van 22 maart 1940. Dit is een historisch cruciaal moment: minder dan twee maanden voordat nazi-Duitsland Nederland binnenviel (10 mei 1940). Op het moment van schrijven verkeert Nederland nog in een staat van gewapende neutraliteit.
De context van marktregulering was in deze periode extra gevoelig. Vanwege de oorlogsdreiging was de Wethouder voor Levensmiddelen (destijds de SDAP-er In 't Veld) al volop bezig met voorbereidingen voor distributie en prijsbeheersing om hamsteren en zwarte handel te voorkomen. Strenge handhaving op de markten was onderdeel van dit beleid.
Daarnaast is de persoonsinformatie relevant. De naam S. Zoute en het adres in de Louis Bothastraat (Transvaalbuurt) duiden met grote waarschijnlijkheid op een persoon van Joodse afkomst; de Transvaalbuurt was destijds een overwegend Joodse wijk en veel marktkooplieden op de Albert Cuyp waren Joods. Hoewel dit in maart 1940 nog een reguliere Nederlandse administratieve maatregel was, zouden dergelijke uitsluitingen van het economisch leven na de bezetting een sinister, systematisch en antisemitisch karakter krijgen. Dit document toont het reguliere ambtelijke apparaat vlak voordat de bezettingsmacht dit apparaat zou gaan instrumentaliseren voor de vervolging.