Getypte brief (doorslag of origineel op kantoorpapier).
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel op kantoorpapier). 21 juni (jaar niet vermeld op dit blad, waarschijnlijk circa 1917-1919 gezien de referentie naar de Wethouder voor de Levensmiddelen). De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of de Dienst van het Marktwezen). 1 21 Juni 9.
25/97/3 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
marktplaats liet bijstaan en vervangen door een zoontje van
± 12 jaar.
De laatstbedoelde straf wordt thans, op grond van
het in bijgaand rapport vermelde feit, op 23 en 24 Juni a.s.
ten uitvoer gelegd. Ingevolge artikel 39 lid 1 van het Regle-
ment op de Markten heb ik Zoute voorts gestraft met ontneming
van het recht om een plaats op de markten hier ter stede te
bezetten voor den tijd van twee weken, namelijk van 25 Juni
tot en met 8 Juli a.s.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen
bevorderen, dat hij ingevolge het bepaalde in het derde lid
van laatstgenoemd artikel, in aansluiting aan de dezerzijds
opgelegde straf, door Burgemeester en Wethouders wordt ge-
straft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van
zes maanden, zulks met ingang van 9 Juli a.s.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een rapportage en een verzoek tot zwaardere sanctionering van een marktkoopman genaamd "Zoute". De man heeft de regels overtreden door zich op zijn marktplaats te laten bijstaan of vervangen door zijn minderjarige zoon van ongeveer 12 jaar.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 39, lid 1 en lid 3 van het 'Reglement op de Markten'.
* Sancties:
1. Een directe straf (waarschijnlijk ontzegging) op 23 en 24 juni.
2. Een schorsing van twee weken (25 juni t/m 8 juli) opgelegd door de Directeur zelf.
3. Een verzoek aan het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) om deze straf te verlengen met zes maanden, ingaande op 9 juli.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("Ik heb de eer U beleefd te verzoeken", "dezerzijds"). Dit document stamt uit een periode waarin de gemeente Amsterdam strikte controle uitoefende op de markten, zeker tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog (gezien de functie "Wethouder voor de Levensmiddelen", een post die cruciaal was tijdens de schaarste in de jaren 1914-1918). De inzet van (jonge) kinderen als werkkracht was destijds een punt van aandacht voor de inspectie, zowel vanuit het oogpunt van marktordening als de Arbeidswet. De zwaarte van de voorgestelde straf (zes maanden uitsluiting) duidt erop dat de autoriteiten dergelijke overtredingen hoog opnamen om de integriteit van de marktvergunningen te waarborgen. Gemeente Amsterdam Marktwezen