Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 283
Dossier 75
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / Beschikking.

22 maart 1940.

Origineel

Ambtelijke notitie / Beschikking. 22 maart 1940. M.i. dient het verzoek betreffende gebruikmaking
van de plaats, op billijkheidsgronden t.v.v. derden
te worden afgewezen; doch kan P.L. Princen vanaf
10 Maart '40 vrijstelling van marktgeldbetaling
worden verleend.

Amst. 22 Maart '40.
[Handtekening, vermoedelijk J. Immerzeel] Het document betreft een ambtelijk advies of een besluit (gezien de afkorting "M.i.", wat staat voor "Mijns inziens") aangaande een marktplaatsvergunning.

De kern van de boodschap is tweeledig:
1. Afwijzing: Een verzoek om een specifieke plaats te mogen gebruiken wordt afgewezen. De reden hiervoor is gelegen in "billijkheidsgronden ten voordele van derden" (t.v.v. derden). Dit suggereert dat het toewijzen van de plek aan de verzoeker onrechtvaardig zou zijn tegenover andere marktkooplieden of belanghebbenden.
2. Toewijzing: Hoewel de plek wordt geweigerd, wordt er een concessie gedaan aan de heer (of mevrouw) P.L. Princen. Deze krijgt met terugwerkende kracht vanaf 10 maart 1940 vrijstelling van het betalen van marktgeld.

Het handschrift is een verzorgd zakelijk handschrift uit het interbellum, kenmerkend voor de Nederlandse administratie uit die periode. De datum van het document, 22 maart 1940, is historisch relevant. Het is minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document toont de dagelijkse gang van zaken in het gemeentelijk apparaat van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de oorlog.

"Marktgeld" was een lokale belasting die marktkooplui moesten betalen voor hun standplaats. Vrijstellingen werden vaak alleen verleend in gevallen van bewezen behoeftigheid of bijzondere persoonlijke omstandigheden. Dat P.L. Princen wel vrijstelling krijgt maar niet de gewenste plek, duidt op een compromis in een lokaal bestuursgeschil. De afkorting "Amst." werd destijds veelvuldig gebruikt door Amsterdamse ambtenaren. J. Immerzeel P.L. Princen

Samenvatting

Het document betreft een ambtelijk advies of een besluit (gezien de afkorting "M.i.", wat staat voor "Mijns inziens") aangaande een marktplaatsvergunning.

De kern van de boodschap is tweeledig:
1. Afwijzing: Een verzoek om een specifieke plaats te mogen gebruiken wordt afgewezen. De reden hiervoor is gelegen in "billijkheidsgronden ten voordele van derden" (t.v.v. derden). Dit suggereert dat het toewijzen van de plek aan de verzoeker onrechtvaardig zou zijn tegenover andere marktkooplieden of belanghebbenden.
2. Toewijzing: Hoewel de plek wordt geweigerd, wordt er een concessie gedaan aan de heer (of mevrouw) P.L. Princen. Deze krijgt met terugwerkende kracht vanaf 10 maart 1940 vrijstelling van het betalen van marktgeld.

Het handschrift is een verzorgd zakelijk handschrift uit het interbellum, kenmerkend voor de Nederlandse administratie uit die periode.

Historische Context

De datum van het document, 22 maart 1940, is historisch relevant. Het is minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document toont de dagelijkse gang van zaken in het gemeentelijk apparaat van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de oorlog.

"Marktgeld" was een lokale belasting die marktkooplui moesten betalen voor hun standplaats. Vrijstellingen werden vaak alleen verleend in gevallen van bewezen behoeftigheid of bijzondere persoonlijke omstandigheden. Dat P.L. Princen wel vrijstelling krijgt maar niet de gewenste plek, duidt op een compromis in een lokaal bestuursgeschil. De afkorting "Amst." werd destijds veelvuldig gebruikt door Amsterdamse ambtenaren.

Genoemde Personen 2

Locaties

Amsterdam ("Amst.").

Producten

Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 4