Ambtelijk advies / Intern memorandum.
Origineel
Ambtelijk advies / Intern memorandum. Advies op $N^o$ 25/50/1 M d/o
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand verzoek van P.L. Princen, pl. 291 A.C., bericht ik U het volgende:
Princen is momenteel gemobiliseerd. Bij schrijven van 25/154/4 M 39 is hem echter toegestaan, dat hij vervangen kan worden door zijn moeder, terwijl R.H. Princen als assistent fungeerde (toegestaan bij schrijven van 25/119/2 M 39).
Sinds 10 Maart jl is genoemde assistent vaste plaatshouder geworden.
Bedoeling van verzoeker is, dat hij als vaste plaatshouder wordt vrijgesteld van marktgeldbetaling, t.w. op grond van militaire dienstplichtsvervulling, terwijl zijn broer, de nieuwe vaste plaatshouder, gedurende zijn afwezigheid in diens ancienniteitsrechten valt, doordat in wezen in de plaatsbezetting geen verandering komt.
Waar P.L. Princen een rangn. schuifplaatshouder is, zal zulks R.H. Princen een betere plaats dagelijks doen toewijzen dan in het geval, waarbij laatstgenoemde van zijn eigen rangnummer gebruik moet maken.
Inwilliging van het verzoek zou dus tot gevolg hebben, dat Princen bevoordeelt zal worden ten koste van meerrechthebbenden, hetgeen uit den aard der zaak zeer ongewenscht is. De kern van dit document is een ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopman (P.L. Princen) die vanwege de mobilisatie zijn beroep niet kan uitoefenen. Hij vraagt twee zaken:
1. Vrijstelling van marktgeld: Hij wil niet betalen voor een plek die hij wegens militaire dienst niet zelf kan bezetten.
2. Overdracht van rechten: Hij wil dat zijn broer (R.H. Princen), die hem vervangt, gebruik mag maken van zijn (gunstigere) anciënniteit en rangnummer.
De adviseur is negatief. Hoewel er sympathie zou kunnen zijn voor de gemobiliseerde, wijst de ambtenaar op het principe van gelijke behandeling. Als de broer het rangnummer van de gemobiliseerde zou gebruiken, zou hij dagelijks een betere plek op de markt krijgen dan waar hij op basis van zijn eigen rechten aanspraak op maakt. Dit zou ten koste gaan van andere marktkooplieden ("meerrechthebbenden"), wat de adviseur als "zeer ongewenscht" bestempelt. Dit document bevindt zich in de historische context van de Nederlandse Mobilisatie (1939-1940). Voorafgaand aan de Duitse inval in mei 1940 werden honderdduizenden Nederlandse mannen opgeroepen voor het leger. Dit zorgde voor grote economische onzekerheid voor zelfstandigen, zoals marktkooplieden.
Het marktwezen was destijds (en is nog steeds) streng gereguleerd met een systeem van rangnummers en anciënniteit: hoe langer men op de markt stond, hoe beter de plek die men kreeg toegewezen. Het document illustreert de bureaucratische worsteling om enerzijds de rechten van soldaten te beschermen en anderzijds het eerlijke verloop van de dagelijkse handel op de markt te waarborgen.