Ambtelijk advies / Correspondentierapport.
Origineel
Ambtelijk advies / Correspondentierapport. 25 april 1940. Advies op No. 25/71/M/40
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand verzoek van D. van
Kolm, pl. 321 AC, om twee maanden vrijstelling
van vaste plaatsbezetting, diene het volgende:
Van Kolm vent den laatsten tijd met stoffen
in de omgeving van Amsterdam, doch zal
volgens diens eigen mededeeling, een dezer dagen
wederom zijn plaats op de Albertmarkt betrekken.
M.i. is het niet gewenscht om, gezien de wijze
waarop thans getracht wordt het brood te verdienen,
hem de gevraagde vrijstelling van plaatsbezetting
te verleenen.
Bovendien komen bij toestaan van het verzoek
belangen van andere kooplieden in het gedrang.
Van Kolm is fruit- of bloemen- en plantenverkooper.
Amst. 25 April '40
[Handtekening] Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het schrijven is het verzoek van een marktkoopman, D. van Kolm, die een standplaats (nummer 321) heeft op de Albertmarkt (de huidige Albert Cuypmarkt, aangeduid met "AC").
Van Kolm heeft gevraagd om twee maanden vrijstelling van de plicht om zijn vaste standplaats te bezetten. De reden hiervoor is dat hij momenteel "vent met stoffen" (stoffen verkoopt aan de deur of op straat) in de omgeving van de stad. De adviseur merkt echter op dat Van Kolm zelf heeft aangegeven binnenkort weer naar zijn vaste plek terug te keren.
Het advies is negatief. De redenen hiervoor zijn tweeledig:
1. Economische tijdsgeest: Er wordt verwezen naar de "wijze waarop thans getracht wordt het brood te verdienen". Gezien de datum (april 1940, vlak voor de Duitse inval) was de economische situatie precair en de concurrentie groot.
2. Belangen van derden: Als een plek onbezet blijft terwijl de eigenaar ergens anders handel drijft, benadeelt dit andere kooplieden die wellicht wel van die plek gebruik zouden willen maken of die last hebben van de onregelmatigheid.
Opvallend is de vermelding dat Van Kolm officieel geregistreerd staat als fruit-, bloemen- en plantenverkoper, terwijl hij op dat moment in stoffen handelt. Dit duidt op een zekere mate van improvisatie om het hoofd boven water te houden. Het document dateert van 25 april 1940, exact 15 dagen voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een inkijkje in de strikte bureaucratie rondom de Amsterdamse markten in die tijd. De "vaste plaatsbezetting" was een streng gehandhaafde regel om de levendigheid en het aanbod van de markt te garanderen; wie zijn plek niet bezette, liep het risico deze kwijt te raken aan een ander op de wachtlijst.
De naam Van Kolm is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam; de Albert Cuypmarkt was in die tijd een plek waar veel Joodse marktkooplieden hun brood verdienden. Gezien de datum draagt dit document een zekere historische lading, aangezien het leven en de handel van deze kooplieden slechts enkele weken later drastisch en gewelddadig zou veranderen door de bezetting. D. van Marktwezen