Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 416
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).

16 mei 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam).

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 16 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:]
Lex. Mr. de Raer.

[Getypt:]
VP/DV.

[Handgeschreven, midden:]
extra

[Getypt:]
25/76/2 M.

16 Mei 1940.

den Heer M. Emden,
Ben Viljoenstraat 9 III,
Amsterdam-O.
Wijk 20.

Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 27 April
jl. verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste vier weken na da-
to dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig van Uw voor-
keurskaart voor een plaats op de markt Albert Cuypstraat gebruik
te maken.

De Directeur, * Inhoud: De brief is een officiële bevestiging aan de heer M. Emden dat hij een uitstel van vier weken krijgt voor de plicht om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in te nemen. Marktkraamhouders met een 'voorkeurskaart' (een bewijs van een vaste staanplaats) waren normaliter verplicht om een minimum aantal dagen per week aanwezig te zijn om hun recht op de plek te behouden.
* Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands ("na dato dezes", "jl." oftewel jongstleden).
* Administratieve context: De codes 'VP/DV' en het dossiernummer '25/76/2 M.' wijzen op een gestructureerd gemeentelijk archiefsysteem. De handgeschreven aantekening "Lex. Mr. de Raer" zou kunnen verwijzen naar een behandelend ambtenaar of jurist. * Historisch moment: De datum van de brief, 16 mei 1940, is zeer markant. Dit is precies één dag na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (15 mei 1940). De brief toont aan dat de gemeentelijke bureaucratie in de eerste dagen van de bezetting simpelweg doordraaide, ondanks de enorme politieke omwenteling.
* Locatie en Geadresseerde: De Ben Viljoenstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een wijk met een zeer grote Joodse populatie. Gezien de naam (Emden) en het beroep (marktkoopman op de Albert Cuyp), is de geadresseerde zeer waarschijnlijk een Joodse Amsterdammer.
* De Albert Cuypmarkt: Deze markt was en is de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam. Voor veel Joodse Amsterdammers was de handel op de markt een primaire bron van inkomsten. Het feit dat de heer Emden al op 27 april om uitstel had gevraagd (dus vóór de Duitse inval op 10 mei), suggereert dat er persoonlijke of zakelijke redenen waren voor zijn afwezigheid die losstonden van de directe oorlogsdreiging op dat moment.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een officiële bevestiging aan de heer M. Emden dat hij een uitstel van vier weken krijgt voor de plicht om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in te nemen. Marktkraamhouders met een 'voorkeurskaart' (een bewijs van een vaste staanplaats) waren normaliter verplicht om een minimum aantal dagen per week aanwezig te zijn om hun recht op de plek te behouden.
  • Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands ("na dato dezes", "jl." oftewel jongstleden).
  • Administratieve context: De codes 'VP/DV' en het dossiernummer '25/76/2 M.' wijzen op een gestructureerd gemeentelijk archiefsysteem. De handgeschreven aantekening "Lex. Mr. de Raer" zou kunnen verwijzen naar een behandelend ambtenaar of jurist.

Historische Context

  • Historisch moment: De datum van de brief, 16 mei 1940, is zeer markant. Dit is precies één dag na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (15 mei 1940). De brief toont aan dat de gemeentelijke bureaucratie in de eerste dagen van de bezetting simpelweg doordraaide, ondanks de enorme politieke omwenteling.
  • Locatie en Geadresseerde: De Ben Viljoenstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een wijk met een zeer grote Joodse populatie. Gezien de naam (Emden) en het beroep (marktkoopman op de Albert Cuyp), is de geadresseerde zeer waarschijnlijk een Joodse Amsterdammer.
  • De Albert Cuypmarkt: Deze markt was en is de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam. Voor veel Joodse Amsterdammers was de handel op de markt een primaire bron van inkomsten. Het feit dat de heer Emden al op 27 april om uitstel had gevraagd (dus vóór de Duitse inval op 10 mei), suggereert dat er persoonlijke of zakelijke redenen waren voor zijn afwezigheid die losstonden van de directe oorlogsdreiging op dat moment.

Gerelateerde Documenten 4