Ambtelijk advies / brief.
Origineel
Ambtelijk advies / brief. 9 april 1940 (met een latere aantekening van 25 oktober 1941). Onleesbare handtekening (mogelijk een marktmeester of opzichter). Advies op
25/10 41/ M v/s.
den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand verzoek van S. Pinto
pl 333 P AC, diene het volgende:
Pinto is een keelsnijder en wenscht om die
reden een aspirant om te roepen.
Echter is het hem niet mogelijk een vasten
aspirant aan te vragen.
Het schijnt zijn bedoeling te zijn, dat zijn
zoon Leendert Pinto, die een dienstje heeft, hem in
de late middaguren assisteert.
Uit een oogpunt van marktorde is zulks zeer
ongewenscht, gezien de troebele familieverhoudin-
gen der Pinto's.
M.i. behoort het verzoek in dezen vorm te wor-
den afgewezen.
Amsterdam, 9 April 40
[Handtekening] Dit document is een ambtelijk advies betreffende een vergunningsaanvraag binnen het Amsterdamse marktwezen kort voor de Duitse inval (april 1940). De kernpunten zijn:
- Beroep: S. Pinto wordt aangeduid als "keelsnijder". Dit is de historische term voor een ritueel slachter (sjochet) binnen de Joodse gemeenschap. Dit plaatst de aanvraag direct in de context van de Joodse markthandel in Amsterdam.
- Verzoek: Pinto vraagt toestemming om een 'aspirant' (een hulpkracht of leerling) aan te stellen. Specifiek wil hij dat zijn zoon, Leendert Pinto, hem in de middaguren helpt naast diens reguliere werk ("dienstje").
- Afwijzingsgronden: De ambtenaar adviseert negatief. De redenen zijn niet van technische aard, maar gebaseerd op "marktorde" en de persoonlijke reputatie van de familie ("troebele familieverhoudingen"). Dit type moreel of sociaal oordeel was destijds gangbaar in de rapportages van de marktinspectie om de rust op de markt te bewaren.
- Datering: Hoewel de brief in april 1940 is geschreven, toont de linkerbovenhoek een referentienummer uit oktober 1941. Dit suggereert dat het dossier anderhalf jaar later, tijdens de bezetting, opnieuw is ingezien of verwerkt. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten (zoals de Waterloopleinmarkt of de markt in de Jodenbreestraat) in de periode rond het begin van de Tweede Wereldoorlog.
Voor Joodse markthandelaren was het verkrijgen van de juiste papieren voor familieleden cruciaal voor het gezinsinkomen. De term "keelsnijder" bevestigt dat het hier gaat om de kosjere vleesvoorziening. De afwijzing op basis van "troebele familieverhoudingen" is kenmerkend voor de wijze waarop de overheid destijds toezicht hield: men was bang dat familieruzies op de marktvloer uitgevochten zouden worden, wat de openbare orde zou verstoren.
In de context van 1940-1941 is dit document wrang; kort na deze correspondentie zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de bewegingsvrijheid en het levensonderhoud van de familie Pinto en hun vakgenoten stelselmatig gaan vernietigen.