Handgeschreven brief / verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven brief / verzoekschrift. Jac. van Gelder, Zwanenburgwal 48, Amsterdam. De Weledele Heer Direkteur Marktwezen, Amsterdam. Aan de Weledele Heer Direkteur
Marktwezen Alhier nopens van
Mijnheer zeer gaarne zag ik Ued
een vergunnig toegewezen voor een
hulp aan mijn kraam in de Albert
Cuijpstraat daar ik door reumatiesche
aandoeningen niet in staat ben mij
krachten welke ik ruim 20 jaar heb
gebezigd aldaar te geven, Hopende
dat Ued mij dit niet zult wei-
geren Teeken ik met de meeste
Hoogachting Jac van Gelder
A’dam 31/5 - 40 Zwanenburgwal 48 Alhier * Inhoud: De afzender, Jacob (Jac.) van Gelder, verzoekt de directeur van het Marktwezen om toestemming (vergunning) voor een hulp bij zijn marktkraam op de Albert Cuypmarkt.
* Reden: Hij voert gezondheidsredenen aan; hij lijdt aan "reumatiesche aandoeningen", waardoor hij na 20 jaar fysiek niet meer in staat is de kraam alleen te bedienen.
* Schrijfstijl: De brief is geschreven in een beleefde, formele toon ("Weledele Heer", "Ued" - Uw Edelgestrenge). Er zitten enkele spelfouten in ("vergunnig" in plaats van vergunning) en een afbreking aan het einde van een zin ("wei-geren").
* Paleografie: Het handschrift is een vlot lopend, typisch 20e-eeuws cursief. De 'u' in "Cuijpstraat" en de 'j' in "Mijnheer" zijn duidelijk gevormd. Dit document is historisch saillant vanwege de datum: 31 mei 1940. Dit is slechts twee weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de brief een alledaags, administratief verzoek lijkt, vond dit plaats in een periode van enorme onzekerheid.
De afzender, Jac. van Gelder, woonde aan de Zwanenburgwal 48. Deze locatie bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De Albert Cuypmarkt was een plek waar veel Joodse kooplieden hun brood verdienden. Gezien de naam, het adres en de beroepsgroep is het zeer waarschijnlijk dat de afzender van Joodse afkomst was. In de jaren die volgden op dit verzoek, kregen Joodse marktkooplieden te maken met steeds strengere beperkingen (zoals de verwijdering van Joodse kooplieden van de openbare markten in 1941), wat dit schijnbaar eenvoudige verzoek om hulp achteraf een tragische lading geeft. De brief getuigt van de continuïteit van het dagelijks leven en de bureaucreatie, zelfs aan de vooravond van ingrijpende maatschappelijke veranderingen. Marktwezen