Administratieve kaart/oproepformulier betreffende markttoezicht.
Origineel
Administratieve kaart/oproepformulier betreffende markttoezicht. 26 juni 1940. (Linkerzijde - gedrukt en getypt/geschreven)
No 25/109/s M. 1940
Opgeroepen per
(datum) ...26.-6.-'40.... (uur) 9 1/2-14..
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt
Alb. Cuypstraat
Vinkenstraat n. 516.
Aan D. Henson
Amstellaan 49 III
(Rechterzijde - handgeschreven aanteekeningen)
Aanteekeningen Inspecteur:
Verzocht 14 dagen
uitstel. Thans geen handel.
Zal dan twee
maal per week gaan
staan. Zoo niet,
dan intrekken.
M.i. geen bezwaar
H. v. Meerkerken 26-6-'40
Ter kennisneming [onleesbare handtekening, mogelijk De Boer of De Heer]
7-7-40 [geparafeerd] opgeborgen p 25/1640 Dit document is een officiële administratieve kaart van de Amsterdamse marktinspectie uit de vroege bezettingsperiode. De heer D. Henson wordt ter verantwoording geroepen omdat hij zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt (nabij de kruising met de Vinkenstraat) niet volgens de regels bezet.
De inspecteur, H. v. Meerkerken, noteert de verdediging van de betrokkene: er is op dit moment "geen handel" (weinig klandizie of gebrek aan goederen), waardoor Henson om 14 dagen uitstel vraagt. Er wordt een strikte afspraak gemaakt: hij moet minimaal twee keer per week aanwezig zijn, anders zal zijn vergunning voor de standplaats worden ingetrokken. De inspecteur gaat akkoord met dit uitstel ("Mijns inziens geen bezwaar"). Op 7 juli 1940 is het dossier voor dat moment afgehandeld en "opgeborgen". Het document dateert van juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie. De economische onzekerheid van die dagen wordt weerspiegeld in de opmerking "Thans geen handel".
De locatie van de betrokkene is historisch relevant: de Amstellaan (de huidige Vrijheidslaan) in de Rivierenbuurt was een straat waar in 1940 veel Joodse Amsterdammers woonden. Veel marktkooplieden op de Albert Cuypmarkt waren van Joodse afkomst. Hoewel dit document een reguliere marktmeesterlijke kwestie lijkt te betreffen, vonden dergelijke administratieve handelingen plaats vlak voordat de bezetter specifieke anti-Joodse maatregelen op de markten begon in te voeren (zoals het verbod voor Joodse kooplieden op algemene markten in 1941). Dit soort kaarten vormt vaak een belangrijk puzzelstuk in genealogisch onderzoek of onderzoek naar de sociale geschiedenis van de Amsterdamse markthandel tijdens de Tweede Wereldoorlog. D. Henson