Officiële brief/oproep van een gemeentelijke dienst.
Origineel
Officiële brief/oproep van een gemeentelijke dienst. 19 juni 1940 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 19/6"). Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. De heer H. Mullem, Tugelaweg 109 hs., Amsterdam-O. [Logo: Stadswapen van Amsterdam met drie kruizen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM DV. [Handgeschreven:] Verzonden 19/6
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 25/109/6 M.
BIJLAGE ______________________
ONDERWERP :
AMSTERDAM (W.) 19 Juni 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer H. Mullem,
Tugelaweg 109 hs.,
Amsterdam-O.
Wijk 20.
Op grond van het feit, dat U geen geregeld gebruik van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Albert Cuypstraat heeft gemaakt, behoort de inschrijving op de sollicitantenlijst voor bovengenoemde markt, ingevolge artikel 10 van het Reglement op de Markten, te worden geschrapt.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 26 Juni a.s. tusschen 9 ½ en 12 uur te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Dit document is een formele kennisgeving van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen aan een marktkoopman of sollicitant, de heer H. Mullem. De kern van de brief is een voornemen tot administratieve sanctie: het schrappen van de inschrijving voor de Albert Cuypmarkt. De reden hiervoor is dat de betrokkene niet "geregeld gebruik" heeft gemaakt van zijn voorkeurskaart.
Opvallende kenmerken:
* Administratieve nauwkeurigheid: Er wordt specifiek verwezen naar artikel 10 van het Reglement op de Markten.
* Hoor en wederhoor: Hoewel de schrapping wordt aangekondigd, krijgt de ontvanger de gelegenheid om gehoord te worden door de Inspecteur voordat het definitieve besluit valt.
* Locatie: De afspraak moet plaatsvinden aan de Jan van Galenstraat 14, waar toentertijd de Centrale Markthallen en het kantoor van het Marktwezen gevestigd waren. De datum van de brief, 19 juni 1940, is cruciaal. Dit is slechts een maand na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Hoewel de brief een standaard administratief proces lijkt te volgen, vond dit plaats in een periode waarin de Duitse bezetter de controle over het maatschappelijk leven in Amsterdam begon te verstrakken.
De geadresseerde woonde aan de Tugelaweg in de Transvaalbuurt (Amsterdam-Oost). Dit was een wijk met een zeer grote Joodse populatie. In de loop van de bezetting zouden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt worden in hun werkzaamheden, tot zij uiteindelijk in 1941 geheel van de reguliere markten zoals de Albert Cuyp werden verbannen en alleen nog op specifieke "Joodse markten" mochten staan. Hoewel deze specifieke brief over het niet-gebruiken van een kaart gaat, past het in een breder beeld van bureaucratische druk op marktkooplieden in een onzekere tijd.