Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 143
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie.

27 juni 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten van de gemeente Amsterdam). Aan: Den Heer M. Hangjas, Rapenburgerstraat 16 III, Amsterdam-Centrum, Wijk 2.

Origineel

Officiële brief/correspondentie. 27 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten van de gemeente Amsterdam). Den Heer M. Hangjas, Rapenburgerstraat 16 III, Amsterdam-Centrum, Wijk 2. HG.

25/110/2 M.

Extra

27 Juni 1940.

den Heer M.Hangjas,
Rapenburgerstraat 16 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 Juni jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
te laten bystaan - niet vervangen - door Uw zoon Jesaya, geboren
30 September 1922.

De Directeur, Deze brief is een formeel besluit van de directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst. In het schrijven krijgt de heer M. Hangjas toestemming om zich op zijn marktplaats aan de Albert Cuypstraat te laten bijstaan door zijn zoon Jesaya Hangjas.

Er worden twee belangrijke administratieve nuances gemaakt:
1. De toestemming is "tot wederopzegging", wat betekent dat de dienst het recht behoudt om dit besluit in de toekomst in te trekken.
2. De zoon mag de vader alleen "bystaan" en "niet vervangen". Dit is een cruciaal onderscheid in de marktverordening; de vergunninghouder zelf moet in principe fysiek aanwezig zijn op de marktplek.

Het document is een standaardformulier waarin specifieke details, zoals de datum van de aanvraag ("19 Juni jl."), de naam van de markt ("Albert Cuypstraat") en de gegevens van de zoon, later met een typemachine lijken te zijn ingevuld. De datum van de brief, 27 juni 1940, is saillant: dit is slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel het dagelijks leven en de bureaucratie op dat moment nog grotendeels "normaal" doorgingen, vonden er al verschuivingen plaats.

De locatie (Rapenburgerstraat) en de namen (Hangjas, Jesaya) wijzen erop dat dit een Joods gezin betreft. De Rapenburgerstraat lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel en hadden een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt.

Dit document is een voorbeeld van de minutieuze administratie die de gemeente Amsterdam bijhield over haar burgers en hun economische activiteiten. Voor de familie Hangjas was dit een alledaagse bureaucratische handeling, maar in de context van de daaropvolgende oorlogsjaren en de vervolging van de Joodse bevolking krijgt dit soort documenten een diepere, vaak tragische historische betekenis als bewijs van hun bestaan en legale status vlak voor de grote beperkingen en deportaties begonnen. De aanduiding "Wijk 2" was onderdeel van de wijkindeling die later door de bezetter gebruikt zou worden voor administratieve controle. M. Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Deze brief is een formeel besluit van de directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst. In het schrijven krijgt de heer M. Hangjas toestemming om zich op zijn marktplaats aan de Albert Cuypstraat te laten bijstaan door zijn zoon Jesaya Hangjas.

Er worden twee belangrijke administratieve nuances gemaakt:
1. De toestemming is "tot wederopzegging", wat betekent dat de dienst het recht behoudt om dit besluit in de toekomst in te trekken.
2. De zoon mag de vader alleen "bystaan" en "niet vervangen". Dit is een cruciaal onderscheid in de marktverordening; de vergunninghouder zelf moet in principe fysiek aanwezig zijn op de marktplek.

Het document is een standaardformulier waarin specifieke details, zoals de datum van de aanvraag ("19 Juni jl."), de naam van de markt ("Albert Cuypstraat") en de gegevens van de zoon, later met een typemachine lijken te zijn ingevuld.

Historische Context

De datum van de brief, 27 juni 1940, is saillant: dit is slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel het dagelijks leven en de bureaucratie op dat moment nog grotendeels "normaal" doorgingen, vonden er al verschuivingen plaats.

De locatie (Rapenburgerstraat) en de namen (Hangjas, Jesaya) wijzen erop dat dit een Joods gezin betreft. De Rapenburgerstraat lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel en hadden een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt.

Dit document is een voorbeeld van de minutieuze administratie die de gemeente Amsterdam bijhield over haar burgers en hun economische activiteiten. Voor de familie Hangjas was dit een alledaagse bureaucratische handeling, maar in de context van de daaropvolgende oorlogsjaren en de vervolging van de Joodse bevolking krijgt dit soort documenten een diepere, vaak tragische historische betekenis als bewijs van hun bestaan en legale status vlak voor de grote beperkingen en deportaties begonnen. De aanduiding "Wijk 2" was onderdeel van de wijkindeling die later door de bezetter gebruikt zou worden voor administratieve controle.

Genoemde Personen 1

M.

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Jas Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6