Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). A. Hes, Waterlooplein 19, Amsterdam. Nº 25/115/1 M 1940 27/6 | 24/6/40
Mijnheer
Ondergeteekende vraagt u
beleefd, daar hij een voor-
keurskaart heeft voor visch
in de Alb Cuijpstr, doch nu
er een noodtoestand in
het vischbedrijf is en hij een
schrijven ontvangen heeft
dat hij zijn plaats niet meer
moet innemen, of hij nu
met fruit op zijn eigen
plaats aan de vischkarren
aansluiten mag. Ik hoop
dat u van mijn schrijven
zoo spoedig mogelijk notitie
nemen wil
Bij voorbaat mijn dank
Hoogachtend
A Hes
Waterloopl 19
A’dam (C) * Kernboodschap: De heer A. Hes is een marktkoopman met een vaste vergunning (voorkeurskaart) voor de verkoop van vis op de Albert Cuypstraat in Amsterdam. Vanwege de oorlogsomstandigheden kan hij geen vis meer verkopen en is hem gevraagd zijn plek op te geven. Hij verzoekt de instanties om toestemming om op zijn vertrouwde standplaats over te stappen op de verkoop van fruit.
* Argumentatie: De schrijver beroept zich op een "noodtoestand in het vischbedrijf" en het feit dat hij al een officieel schrijven heeft ontvangen over het niet langer mogen innemen van zijn plek met vis. Hij probeert zijn nering te redden door van productgroep te wisselen.
* Toon: De brief is uiterst beleefd en formeel ("vraagt u beleefd", "Hoogachtend"). * Historische periode: De brief is gedateerd op 24 juni 1940, slechts zes weken na de Nederlandse capitulatie. De gevolgen van de Duitse bezetting zijn direct voelbaar. De "noodtoestand in het vischbedrijf" waar de schrijver naar verwijst, werd veroorzaakt door het feit dat de Noordzeevisserij vrijwel direct na de inval werd stilgelegd door de bezetter (vanwege mijnengevaar en angst voor vluchten naar Engeland).
* Locatie: De Albert Cuypmarkt was (en is) de grootste markt van Amsterdam. De schrijver woont op het Waterlooplein 19, een adres in het hart van de toenmalige Joodse buurt. De naam 'Hes' is een veelvoorkomende Joods-Amsterdamse achternaam. In juni 1940 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter nog in een beginstadium; Joodse kooplieden mochten op dat moment nog op de algemene markten staan, al zou dit niet lang meer duren.
* Bureaucratie: Het document illustreert de strikte regulering van de marktplaatsen in Amsterdam, waarbij voor elke wijziging in handelsproduct officieel toestemming moest worden gevraagd aan de marktmeester of het gemeentebestuur. A. Hes