Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 179
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift)

Amsterdam, 20 juni 1940

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift) Amsterdam, 20 juni 1940 Nº 25/119/1 M. 1940 ½ Amsterdam 20-6-40

Mijnheer.

Voor eenigen tijd heb ik
een voorkeuringskaart
aangevraagd voor de markt.
Aangezien ik deze nog
steeds niet ontvangen heb,
ben ik bij het marktwezen
geweest, waar mij werd
medegedeeld dat ik geen
voorkeuringskaart kan
krijgen omdat ik statenloos
ben. Men zei mij daar
dat ik Uedele een brief
moest schrijven en u de
zaak uiteenzetten daar
ik Nederlander van
geboorte ben. Mijn vader
was van Poolsche afkomst
maar is reeds als kind
naar Nederland gekomen.
Mijn moeder was een
Hollandsche. Ik ben hier De briefschrijver richt zich tot een onbekende instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke afdeling of de directie van het Marktwezen) naar aanleiding van een afgewezen aanvraag voor een 'voorkeuringskaart'. Deze kaart was essentieel voor marktkooplieden om een vaste standplaats te bemachtigen.

De kern van het probleem is de nationaliteit van de schrijver. Hoewel de schrijver stelt in Nederland geboren te zijn uit een Nederlandse moeder, wordt hij/zij door de instanties als 'statenloos' aangemerkt. Dit komt voort uit de destijds geldende nationaliteitswetgeving, waarbij de nationaliteit van de vader (in dit geval van Poolse afkomst) leidend was voor de status van de kinderen, ongeacht de geboorteplaats of de nationaliteit van de moeder.

De schrijver probeert zijn/haar recht op de kaart te bepleiten door de diepe wortels van de familie in Nederland te benadrukken: de vader kwam al als kind naar Nederland en de moeder is een "Hollandsche". Het document is gedateerd op 20 juni 1940, ruim een maand na de capitulatie van Nederland aan nazi-Duitsland. In deze beginperiode van de bezetting werden bureaucratische regels en de controle op afkomst en nationaliteit aangescherpt. Voor marktkooplieden was het behoud van hun vergunningen van levensbelang voor hun inkomen.

De term 'statenloos' was in deze periode extra beladen. De bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucreatie gebruikten nationaliteitsregistraties steeds vaker om bepaalde groepen (zoals Joodse burgers of vluchtelingen) uit te sluiten van het economisch verkeer. Hoewel deze brief specifiek over Poolse afkomst spreekt, illustreert het de onzekerheid en de noodzaak voor burgers om hun status zwart-op-wit te bewijzen om hun beroep te mogen blijven uitoefenen.

Samenvatting

De briefschrijver richt zich tot een onbekende instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke afdeling of de directie van het Marktwezen) naar aanleiding van een afgewezen aanvraag voor een 'voorkeuringskaart'. Deze kaart was essentieel voor marktkooplieden om een vaste standplaats te bemachtigen.

De kern van het probleem is de nationaliteit van de schrijver. Hoewel de schrijver stelt in Nederland geboren te zijn uit een Nederlandse moeder, wordt hij/zij door de instanties als 'statenloos' aangemerkt. Dit komt voort uit de destijds geldende nationaliteitswetgeving, waarbij de nationaliteit van de vader (in dit geval van Poolse afkomst) leidend was voor de status van de kinderen, ongeacht de geboorteplaats of de nationaliteit van de moeder.

De schrijver probeert zijn/haar recht op de kaart te bepleiten door de diepe wortels van de familie in Nederland te benadrukken: de vader kwam al als kind naar Nederland en de moeder is een "Hollandsche".

Historische Context

Het document is gedateerd op 20 juni 1940, ruim een maand na de capitulatie van Nederland aan nazi-Duitsland. In deze beginperiode van de bezetting werden bureaucratische regels en de controle op afkomst en nationaliteit aangescherpt. Voor marktkooplieden was het behoud van hun vergunningen van levensbelang voor hun inkomen.

De term 'statenloos' was in deze periode extra beladen. De bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucreatie gebruikten nationaliteitsregistraties steeds vaker om bepaalde groepen (zoals Joodse burgers of vluchtelingen) uit te sluiten van het economisch verkeer. Hoewel deze brief specifiek over Poolse afkomst spreekt, illustreert het de onzekerheid en de noodzaak voor burgers om hun status zwart-op-wit te bewijzen om hun beroep te mogen blijven uitoefenen.

Gerelateerde Documenten 6