Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 13 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeentelijke Markten Amsterdam). Den Heer L.A. van Emden, Vechtstraat 70hs, Amsterdam-Zuid. extra
VD/HG.
den Heer L.A.van Emden,
Vechtstraat 70mhs,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22A
25/118/2 M. 13 Juli 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 Juni jl. bericht ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan. Alle beschikbare plaatsen op de markt Albert Cuypstraat zijn momenteel als vaste plaatsen uitgegeven; indien U aan de beurt is, zal U, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten, een vaste plaats op bovenbedoelde markt worden aangewezen.
De Directeur, In deze zakelijke correspondentie wordt een verzoek van de heer L.A. van Emden om een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam afgewezen. De reden voor de afwijzing is dat alle beschikbare vaste plaatsen op dat moment bezet zijn. De brief stelt de aanvrager in het vooruitzicht dat hij op een wachtlijst staat en een plaats zal toegewezen krijgen zodra hij "aan de beurt is", conform het geldende marktreglement.
De toon is strikt formeel en bureaucratisch. Opvallend is het handgeschreven woord "extra" bovenaan, wat mogelijk duidt op een speciale categorisering in het archief of een extra kopie voor een specifiek dossier. De adressering in de Vechtstraat 70 (huis/onderhuis) plaatst de ontvanger in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid. De datum van de brief, 13 juli 1940, is van historisch belang. De brief is geschreven slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting.
Hoewel de brief op het eerste gezicht een routinematige weigering van een marktvergunning lijkt, krijgt deze in de context van de Jodenvervolging een diepere laag. De Rivierenbuurt, waar de heer Van Emden woonde, was een wijk met een zeer grote Joodse populatie. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de handel en op de markten, zoals de nabijgelegen Albert Cuypmarkt.
In de zomer van 1940 begonnen de eerste beperkende maatregelen voor Joodse burgers, hoewel de grootschalige uitsluiting van het economisch leven (zoals het verbod op marktkoopmanschap voor Joden) pas later in de bezettingstijd volledig werd doorgevoerd. Documenten als deze vormen vaak onderdeel van dossiers die de economische positie en de uiteindelijke onttakeling van het Joodse leven in Amsterdam documenteren. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Louis Abraham van Emden, die op dit adres woonde, de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. L.A. van Emden Marktwezen