Doorslag van een getypt schrijven (typoscript).
Origineel
Doorslag van een getypt schrijven (typoscript). 6 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). De Secretaris van de Marktkoopliedenvereniging "Vooruitgang Zij Ons Doel", Amsterdam. Handgeschreven in potlood:
Verzonden 6/8
Getypt:
25/120/2 M
den Heer Secretaris van de Markt-
koopliedenvereeniging "Vooruitgang
Zy Ons Doel",
Wyttenbachstraat 61,
Amsterdam-Centrum. Wyk 18.
6 Augustus 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 Juni jl. be-
richt ik U, dat voor het verkrygen van een vaste plaats op een
der markten hier ter stede, krachtens Reglement, de Nederland-
sche nationaliteit wordt vereischt. Op dit voorschrift kunnen
thans geen uitzonderingen worden gemaakt. Aangezien de door
U bedoelde koopman niet aan het bovenbedoelde vereischte vol-
doet, moet Uw desbetreffend verzoek van de hand worden gewezen.
De Directeur, Dit document is een formele afwijzing van een aanvraag voor een vaste staanplaats op een Amsterdamse markt. De kern van de afwijzing ligt in het feit dat de betreffende koopman niet beschikt over de "Nederlandsche nationaliteit", een vereiste dat volgens de schrijver strikt wordt gehandhaafd ("geen uitzonderingen").
De toon is ambtelijk en onverbiddelijk. Opvallend is de archaïsche spelling (bijv. "verkrygen", "Nederlandsche", "vereischt") die typerend is voor die periode. De handgeschreven notitie "Verzonden 6/8" dient als administratieve bevestiging van de verzending op de dag van datering. De datum van dit schrijven, 6 augustus 1940, is van cruciaal historisch belang. De Nederlandse capitulatie had slechts drie maanden eerder plaatsgevonden. Hoewel het document verwijst naar een bestaand "Reglement", moet de strikte handhaving van het nationaliteitsvereiste in de zomer van 1940 gezien worden in het licht van de beginnende Duitse bezetting.
In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten, vaak met medewerking van het Nederlandse ambtelijke apparaat, beperkingen op te leggen aan minderheden en buitenlanders. Hoewel de brief niet expliciet vermeldt wie de koopman is, werden dergelijke regels in Amsterdam vaak ingezet om Joodse marktkooplieden (die soms staatloos waren of een vluchtelingenstatus hadden) van de markt te weren. Dit document vormt daarmee een schakel in de toenemende uitsluiting van bepaalde groepen uit het economische en openbare leven in het begin van de Tweede Wereldoorlog.