Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 189
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift/brief.

1 juli 1940. Van: Weduwe M. Mullens-Isaäc. Aan: Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift/brief. 1 juli 1940. Weduwe M. Mullens-Isaäc. Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven:]
№ 25 / 121 / M. 1940 3/7

[Rechtsboven:]
A’dam 1/7/40

Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen
te
Amsterdam

[Aantekening in ander handschrift:]
n.i. [onleesbaar, mogelijk initialen]

WelEd. Heer!

Met deze, verzoek ik UEd beleefd een assistentenvergunning
te mogen hebben op naam van den Heer S Klijnkramer
wonende Transvaalstraat 102 II daar ik op het oogenblik
zonder hulp ben, zoo het U bekend is, dat mijn man
eenige maanden ^geleden^ is overleden, en een plaats in neem
in de Albert Cuypstraat. mijn naam is Wed. M. Mullens
Isaäc, wonende 1e Jan Steenstraat 109 III.

In de hoop van UEd. een spoedig en gunstig
antwoord te mogen ontvangen teeken ik

Hoogachtend
Weduwe. M. Mullens. Isaäc.
1e j. Steenstr.
109 II
A'dam * Inhoud: De schrijfster, mevrouw Mullens-Isaäc, verzoekt om een assistentenvergunning voor de heer S. Klijnkramer. Zij voert als reden aan dat haar echtgenoot enkele maanden geleden is overleden en dat zij de marktplaats op de Albert Cuypstraat nu alleen moet drijven, wat zonder hulp blijkbaar niet mogelijk of wenselijk is.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in de formele, beleefde stijl die destijds gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties (bijv. "WelEd. Heer", "UEd", "beleefd verzoek").
* Staat van het document: Het handschrift is goed leesbaar en regelmatig. Er is een kleine correctie aangebracht waarbij het woord "geleden" boven de regel is toegevoegd.
* Adressen: Er worden drie specifieke adressen in Amsterdam genoemd: Transvaalstraat 102-II (de assistent), de Albert Cuypstraat (de werkplek), en 1e Jan Steenstraat 109-III (de afzendster). * Historische periode: De brief is gedateerd op 1 juli 1940, slechts enkele weken na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De dagelijkse bureaucratie en het marktwezen lijken op dat moment nog volgens de oude structuren te functioneren.
* Sociaal-economisch: De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Voor weduwen was het behouden van een marktplaats vaak essentieel voor hun inkomen na het wegvallen van de hoofdkostwinner.
* Persoonsnamen: De achternamen Mullens-Isaäc en Klijnkramer duiden mogelijk op een Joodse achtergrond van de betrokkenen. In juli 1940 waren de grootschalige anti-Joodse maatregelen die de handel en het marktleven zouden ontwrichten (zoals het verbod voor Joden op markten in 1941) nog niet van kracht, waardoor dit verzoek op dat moment een reguliere administratieve handeling was.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijfster, mevrouw Mullens-Isaäc, verzoekt om een assistentenvergunning voor de heer S. Klijnkramer. Zij voert als reden aan dat haar echtgenoot enkele maanden geleden is overleden en dat zij de marktplaats op de Albert Cuypstraat nu alleen moet drijven, wat zonder hulp blijkbaar niet mogelijk of wenselijk is.
  • Taalgebruik: De brief is geschreven in de formele, beleefde stijl die destijds gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties (bijv. "WelEd. Heer", "UEd", "beleefd verzoek").
  • Staat van het document: Het handschrift is goed leesbaar en regelmatig. Er is een kleine correctie aangebracht waarbij het woord "geleden" boven de regel is toegevoegd.
  • Adressen: Er worden drie specifieke adressen in Amsterdam genoemd: Transvaalstraat 102-II (de assistent), de Albert Cuypstraat (de werkplek), en 1e Jan Steenstraat 109-III (de afzendster).

Historische Context

  • Historische periode: De brief is gedateerd op 1 juli 1940, slechts enkele weken na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De dagelijkse bureaucratie en het marktwezen lijken op dat moment nog volgens de oude structuren te functioneren.
  • Sociaal-economisch: De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Voor weduwen was het behouden van een marktplaats vaak essentieel voor hun inkomen na het wegvallen van de hoofdkostwinner.
  • Persoonsnamen: De achternamen Mullens-Isaäc en Klijnkramer duiden mogelijk op een Joodse achtergrond van de betrokkenen. In juli 1940 waren de grootschalige anti-Joodse maatregelen die de handel en het marktleven zouden ontwrichten (zoals het verbod voor Joden op markten in 1941) nog niet van kracht, waardoor dit verzoek op dat moment een reguliere administratieve handeling was.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6