Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 230
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

15 juli 1940. Van: G.J. Molhuijsen (vermoedelijk een functionaris bij het marktgeldwezen). Aan: De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. 15 juli 1940. G.J. Molhuijsen (vermoedelijk een functionaris bij het marktgeldwezen). De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Diplomatische transcriptie (met behoud van originele spelling en interpunctie).

Adres op No 20/7/40                                     Den Heer Inspecteur
                                                                       v/h Marktwezen
                                                                       Alhier.

Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
P. van Erven, pl. 200 AL, betreffende tijdelijke ont-
heffing van plaatsbezetting, diene het volgende:
     De heer van Erven is handelaar in haring, doch
kan dit artikel bij zijn grossier of op andere wijze
niet meer betrekken.
     Thans is hij tijdelijk in loondienst.
Gezien de wisselvalligheid van dezen tijd wenscht
hij echter zijn plaats te behouden.
     M.i. dient hem de kans geboden te worden opnieuw
een boterham op te bouwen en meen ik als limiet
in dit en dergelijke gevallen te moeten voorstellen
een termijn van drie maanden vrijstelling.
     Met plaatsbehouden zal echter marktgeld-betaling
tot gevolg hebben.

Amsterdam, 15 Juli '40
                                                G.J. Molhuijsen [C] Het document is een ambtelijk advies over een marktkoopman, de heer P. van Erven, die een vaste staanplaats had (nummer 200 AL, vermoedelijk op de Albert Cuypmarkt gezien de code AL). Vanwege de oorlogsomstandigheden kan hij geen haring meer inkopen ("betrekken") bij zijn leveranciers. Hij is daarom noodgedwongen ergens anders in loondienst gegaan.

De schrijver adviseert de inspecteur om de koopman een tijdelijke vrijstelling van drie maanden te geven van de verplichting om op de markt te staan, zodat hij zijn vergunning niet verliest. Er wordt echter wel benadrukt dat hij gedurende die periode wel marktgeld (stageld) moet blijven betalen als hij zijn plek wil reserveren voor de toekomst. Dit schrijven dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Duitse inval in Nederland. De brief weerspiegelt de directe economische gevolgen van de bezetting: handelslijnen werden verbroken en de aanvoer van goederen (zoals vis) raakte ontregeld. Het taalgebruik is formeel-ambtelijk en gebruikt de toen gangbare spelling ("dezen tijd", "wenscht"). De term "opnieuw een boterham op te bouwen" getuigt van een zekere empathie van de ambtenaar voor de penibele situatie waarin kleine zelfstandigen door de oorlog terechtkwamen.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies over een marktkoopman, de heer P. van Erven, die een vaste staanplaats had (nummer 200 AL, vermoedelijk op de Albert Cuypmarkt gezien de code AL). Vanwege de oorlogsomstandigheden kan hij geen haring meer inkopen ("betrekken") bij zijn leveranciers. Hij is daarom noodgedwongen ergens anders in loondienst gegaan.

De schrijver adviseert de inspecteur om de koopman een tijdelijke vrijstelling van drie maanden te geven van de verplichting om op de markt te staan, zodat hij zijn vergunning niet verliest. Er wordt echter wel benadrukt dat hij gedurende die periode wel marktgeld (stageld) moet blijven betalen als hij zijn plek wil reserveren voor de toekomst.

Historische Context

Dit schrijven dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Duitse inval in Nederland. De brief weerspiegelt de directe economische gevolgen van de bezetting: handelslijnen werden verbroken en de aanvoer van goederen (zoals vis) raakte ontregeld. Het taalgebruik is formeel-ambtelijk en gebruikt de toen gangbare spelling ("dezen tijd", "wenscht"). De term "opnieuw een boterham op te bouwen" getuigt van een zekere empathie van de ambtenaar voor de penibele situatie waarin kleine zelfstandigen door de oorlog terechtkwamen.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6