Ambtsbericht/Advies betreffende marktplaatsen.
Origineel
Ambtsbericht/Advies betreffende marktplaatsen. Advies op No 25/120/1 M.W.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
Naar aanleiding van bijgaand schrijven
van den heer P. de Rooij, vader van den voorkeuriskaart-
houder J. de Rooij (v.h. 599 AC.), bericht ik U het volgende:
Volgens ingewonnen inlichtingen, o.a. bij den
ambtenaar Bakker, heeft J. de Rooij vanaf begin 1936
een losse plaats ingenomen voor perceel Albert
Cuypstraat 199, terwijl hij voordien al gerui-
men tijd op andere punten dezer markt een losse
plaats had bezet.
Bij de voorbereiding der reorganisatie dezer
markt in het najaar '37, gepaard gaande met
een gepreciseerde plaatsomlijning, werd voor ge-
noemd perceel een inrit gecreëerd van 5 strekkende
meters, omreden er een particuliere garage in ge-
vestigd is.
Uit den aard der zaak bestond geen bezwaar
bij de gebruikers der garage, dat de inrit als uitstal-
ruimte werd gebruikt, mits telkens, dat een wagen
in of uit moet rijden, de inrit tijdelijk werd ont-
ruimd.
De keus was gevallen, zooals U zich waarschijn-
lijk zult herinneren, op den toen jeugdigen Jan de Rooij. * Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode (bijv. gebruik van "den", "dezer", "omreden").
* Inhoud: Het document legt de voorgeschiedenis uit van een specifieke standplaats op de Albert Cuypmarkt. Er is sprake van een belangenconflict tussen de marktkoopman en een garagehouder. Bij de herinrichting van de markt in 1937 werd een inrit van 5 meter vrijgehouden voor een private garage op nummer 199. De oplossing was dat de marktkoopman (de jonge Jan de Rooij) de ruimte mocht gebruiken als uitstalruimte, op voorwaarde dat hij de boel direct aan de kant schoof zodra er een auto in of uit de garage moest.
* Personen: P. de Rooij (vader), Jan de Rooij (zoon/marktkoopman), ambtenaar Bakker. De toevoeging "voorkeuriskaarthouder" wijst op een gereguleerd systeem voor het toewijzen van schaarse marktplaatsen. Dit document biedt een inkijkje in het fijnmazige beheer van de Amsterdamse Albert Cuypmarkt in de jaren 1930. In deze periode vond een belangrijke professionalisering en reorganisatie van de markt plaats om de doorstroming en indeling te verbeteren. De Albert Cuypstraat was (en is) een drukke straat waar wonen, werken (garages) en marktverkoop constant met elkaar moeten worden afgestemd. De genoemde "inrit" is een typisch voorbeeld van de ruimtelijke puzzels waar het Marktwezen mee te maken kreeg bij het vastleggen van de "plaatsomlijning". P. de Rooij (vader) Jan de Rooij (zoon/marktkoopman) ambtenaar Bakker. De toevoeging "voorkeuriskaarthouder" wijst op een gereguleerd systeem voor het toewijzen van schaarse marktplaatsen.