Ambtelijke notitie/voorstel op een voorgedrukt formulier ("Alg. Zaken Model No. 14").
Origineel
Ambtelijke notitie/voorstel op een voorgedrukt formulier ("Alg. Zaken Model No. 14"). 10 juli 1940 (met latere aantekeningen tot november 1940). [Stempel/Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/120/1 1940
DOORGEZONDEN: 11/7
[Rechtsboven handgeschreven nummer]
497
[Hoofdtekst handgeschreven]
Mevr. Bolle bericht dat zij of haar echtgenoot de markt Westerstraat wegens ziekte niet kunnen bezoeken.
Bolle is sedert 21 September 1939 ziek.
In verband met het bij art. 11 C. van het bij het reglement op de markten bepaalde, stel ik U voor de plaats van Bolle thans in te trekken.
[Handtekening en datum rechtsonder]
10-7-’40
[Onleesbare handtekening, mogelijk Mellaer]
[Aantekeningen linksonder]
Zie oproepingskaart
steun v/a 21-9-39.
m.i. berichten aan
Markt. G.M.
[Paraaf] 11/7 40.
[Centrale aantekeningen onderaan, deels diagonaal]
acc.
intrekken
18/10 7
Whan [?]
ovb
19/11 '40.
[Onderaan formuliergegevens]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern voorstel van de marktinsectie van de gemeente (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de vermelding van de Westerstraat) om een marktvergunning in te trekken. De reden hiervoor is langdurige afwezigheid vanwege ziekte van de heer Bolle (of zijn echtgenote die de honneurs waarnam).
Uit de tekst blijkt dat de familie Bolle al sinds 21 september 1939 niet meer op de markt is verschenen en sindsdien ook "steun" (sociale uitkering) ontving. Op basis van artikel 11, lid C van het marktreglement, waarin waarschijnlijk staat dat een plaats vervalt bij langdurige ongebruikte status, wordt geadviseerd de plek officieel in te trekken. De krabbels onderaan tonen de administratieve afhandeling: het voorstel is geaccordeerd ("acc.") en de intrekking is later in het jaar (oktober/november 1940) verwerkt. Het document dateert van juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratieve, medische reden geeft (ziekte), is de context van de Jodenvervolging in Amsterdam relevant bij namen als "Bolle", die veelvuldig voorkwamen onder de Joodse marktkooplieden.
In deze vroege fase van de bezetting werden marktvergunningen nog vaak volgens de bestaande vooroorlogse reglementen beheerd, maar de druk op Joodse ondernemers nam snel toe. Een langdurige ziekte en het afhankelijk zijn van "steun" maakte een marktkoopman kwetsbaar voor het verlies van zijn nering. De Westerstraatmarkt in de Jordaan was destijds een van de belangrijkste markten van de stad waar veel kleine zelfstandigen hun brood verdienden. M. No