Ambtsrapport van de marktcontrole.
Origineel
Ambtsrapport van de marktcontrole. 13 juli 1940 (rapportage) en 15 juli 1940 (afdoening). [Links boven, paars stempel:] № 25/133 // M 1940 5/7
[In rood krijt/potlood:] Alb. Cuyp
[Rechts boven:]
Hhr Inspecteur
v/h Marktwezen
Rapport
Op Zaterdag 13 Juli 1940 waren de hieronder genoemde kooplieden om 21.30 uur nog niet ingestald, na herhaaldelijk te zijn gewaarschuwd.
Van Pl houder 277 H. Baaberg Rustenburgerstraat 362^II [25/133/2]
" " " 243 J. Onsell 1^e v.d. Helststraat 13^I [25/133/3]
" " " 253 G.J. Schijven van Ostadestraat 330^III [25/133/4]
" " " 233 G. Slikker Gov. Flinckstraat 192 [belis? 25/133/5]
Verzoeke maatregelen Uwerzijds. [Rechtsonder paraaf met datum 16/7/40]
Controleur
L.A. Engelen
13/7.40
[Onderaan toegevoegd in ander handschrift:]
In verband met het bovenstaande stel ik voor bovengenoemde plaatshouders voorwaardelijk te straffen met één dag schorsing.
15-7-'40
[Handtekening, mogelijk 'deBoer'] Dit document is een officieel rapport van een marktcontroleur gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de rapportage is een disciplinaire overtreding: vier kooplieden hebben op zaterdagavond 13 juli 1940 hun stalletjes nog niet opgeruimd ("ingestald") om 21:30 uur, ondanks eerdere waarschuwingen.
Opvallende details:
* Administratieve nauwkeurigheid: Van elke koopman wordt het plaatshoudernummer, de naam en het woonadres (inclusief verdieping) genoteerd.
* Locatie: De straatnamen (Rustenburgerstraat, Van der Helststraat, Van Ostadestraat en Govert Flinckstraat) bevestigen dat dit kooplieden van de Albert Cuypmarkt betreft, wat ook met rode stift bovenaan is bijgeschreven.
* Sanctie: De voorgestelde straf is een voorwaardelijke schorsing van één dag. Dit wijst op een beleid waarbij men eerst waarschuwt of lichte voorwaardelijke straffen oplegt alvorens over te gaan tot daadwerkelijke uitsluiting van de markt. Het document dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de bezetting een feit was, bleef de civiele bureaucratie en de handhaving van de marktverordeningen in Amsterdam grotendeels op de oude voet doorgaan.
De zaterdagavond was (en is) het drukste moment op de markt. Het strikt handhaven van de sluitingstijd was van belang voor de openbare orde en het reinigen van de straten na afloop. In de oorlogsjaren werd de handhaving vaak strenger, deels vanwege verduisteringsvoorschriften (hoewel 21:30 uur in juli nog bij daglicht was) en deels door de algemene toename van regeldruk onder het nieuwe regime. De Albert Cuypmarkt was in deze periode een vitaal punt voor de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking.