Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 16 juli 1940. P. Cootjes, Ceintuurbaan 194 III, Amsterdam (Zuid). Nº 25/139/1 M. 1940 18/7
16 juli
Geachte Heer.
Ondergeteekende P. Cootjes
heeft van morgen een onderhoud gehad
met een van de Heeren, en daarbij zijn
belangen al gezegd, maar ondergeteekende
kreeg ten antwoord, dat hij een brief
aan mijnheer de Heer moest schrijven
en daarin moest vragen of hij astublieft
weer in aanmerking mag komen om
zijn standplaats in de Albert Cuypstraat
terug te krijgen.
Hopende van U een gunstig antwoord
te mogen ontvangen
Zoo teeken hij
Hoogachtend P. Cootjes
Ceintuurbaan 194 III
. Zuid . De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse burger aan een onbekende instantie (waarschijnlijk de marktmeester of de afdeling Marktwezen). De schrijver, P. Cootjes, verzoekt om zijn standplaats op de Albert Cuypstraat terug te krijgen.
Opvallend is het taalgebruik: de schrijver hanteert een archaïsche, bijna ambtelijke stijl door over zichzelf consequent in de derde persoon te spreken ("Ondergeteekende... kreeg ten antwoord... Zoo teeken hij"). Er is sprake van een fonetische spelling van "alstublieft" als "astublieft", wat wijst op een schrijver die minder gewend is aan formele correspondentie maar wel probeert de juiste beleefdheidsvormen te hanteren. De brief volgt op een fysiek onderhoud dat diezelfde ochtend heeft plaatsgevonden, waarbij hem werd geadviseerd zijn verzoek schriftelijk in te dienen. Het document is gedateerd op 16 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode veranderde de regelgeving rondom markten en vergunningen in Amsterdam aanzienlijk door de bezettingsomstandigheden en de economische druk. De Albert Cuypmarkt was toen al een cruciaal economisch centrum voor de wijk De Pijp. Het adres van de afzender, Ceintuurbaan 194, ligt op loopafstand van de markt. De administratieve kenmerken linksboven duiden op een officiële archivering binnen het gemeentelijk apparaat.