Administratief bijblad (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Administratief bijblad (Model No. 14, Algemene Zaken). Juli - augustus 1940. [Linksboven, in stempelkader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/147/1 1940
DOORGEZONDEN: 31/7
[Rechtsboven, handgeschreven]
Th. v.d. Hoeven [?]
advies
31-7-40
Clettaen [?]
[Midden, handgeschreven in inkt]
J. Wijnschenk.
pl 131 Alb. Cuypstraat.
m 25/247/2 sl 40 1/2 6 mnd assistentie
toegestaan aan H. Kloots.
M. i.: verzoek afwijzen; zie rapport
Chef Marktopziener. Wijnschenk dient dus
van nu af aan zelfstandig gebruik van zijne
plaats te maken, daar deze anders zal worden
ingetrokken.
[Handtekening/Paraaf]
7/8 '40
[Onderaan, handgeschreven in rood potlood]
1 25/147/2 9/8/40 Hr
[Linksonder, drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern administratief memo ("bijblad") van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen). Het betreft de marktkoopman J. Wijnschenk, die een vaste standplaats had op de Albert Cuypstraat, nummer 131.
De kern van de notitie is een besluit over het recht op assistentie. Eerder was er blijkbaar toestemming verleend aan een zekere H. Kloots om als assistent op te treden voor een periode van zes maanden. Een nieuw verzoek (waarschijnlijk tot verlenging of een nieuwe assistent) wordt hier echter afgewezen op basis van een rapport van de Chef Marktopziener.
De ambtenaar ("M.i." staat voor Mijns inziens) stelt onomwonden dat Wijnschenk de standplaats voortaan weer zelfstandig moet gaan exploiteren. Indien hij dit niet doet, dreigt de gemeente de vergunning voor de standplaats in te trekken. Dit duidt op een strengere handhaving van de regel dat standplaatshouders persoonlijk aanwezig moeten zijn en niet enkel als vergunninghouder op papier fungeren terwijl anderen de handel drijven. Het document is gedateerd op juli en augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was in die tijd een vitale handelsplek, gelegen in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. De achternaam "Wijnschenk" is een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam.
Hoewel de notitie op het eerste gezicht een routineuze administratieve waarschuwing lijkt, is de timing cruciaal. Vanaf de zomer van 1940 begonnen de bezettingsautoriteiten en het collaborerende deel van het ambtenarenapparaat de grip op Joodse ondernemers en marktkooplieden te verstevigen. Het dreigen met het intrekken van vergunningen was een effectief middel om Joodse handelaren uit het straatbeeld te dringen, nog voordat de grootschalige officiële uitsluiting en deportaties begonnen. Veel Joodse marktkooplieden verloren in de loop van 1941 definitief hun standplaats door nieuwe anti-Joodse verordeningen. H. Kloots J. Wijnschenk M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen