Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 280
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift)

3 september 1940 Van: H. Groenteman, Reitzstraat 23-huis, Amsterdam Dossier: 25/183/M

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift) 3 september 1940 H. Groenteman, Reitzstraat 23-huis, Amsterdam Nº 25/183/M. 1940 5/9
A'dam 3/9/40

WelEd Heer
Aangezien mijn vader,
den Heer A. Groenteman
Blasiusstraat 86 I alhier
standplaats visch
Albert Cuypstraat, niet
meer in staat is, zonder
hulp alleen zijn handel
te verkoopen, verzoek ik
u hierby beleefd of
ik zijn zoon H. Groenteman
Reitzstraat 23 huis alhier.
Geboren 6/12/'98. een
schriftelijk bewijs van U
mag ter assistentie van
mijn vader. Zelf ben
ik vischwerker. Gaarne
uw geëerd antwoord
tegemoet ziende
verblijf ik
Hoogachtend
H. Groenteman
Reitzstr 23 huis
alhier (O) De brief is een formeel verzoek gericht aan een gemeentelijke instantie (vermoedelijk de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam). De afzender, H. Groenteman, verzoekt om een schriftelijke vergunning of bewijs om zijn vader, A. Groenteman, te mogen assisteren bij diens viskraam op de Albert Cuypmarkt. De vader is op dat moment woonachtig in de Blasiusstraat 86-I. De zoon voert aan dat zijn vader de handel niet meer alleen afkan. Ter identificatie en onderbouwing van zijn verzoek vermeldt de zoon zijn eigen adres (Reitzstraat 23-huis), zijn geboortedatum (6 december 1898) en zijn beroep ("vischwerker"). De datum van de brief, 3 september 1940, is van historisch belang. Het is kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De familie Groenteman was een bekende Joodse familie in de Amsterdamse markthandel. In deze vroege fase van de bezetting werden de regels voor marktkooplieden aangescherpt en moesten assistenten op standplaatsen officieel geregistreerd staan. De adressen in de Blasiusstraat en Reitzstraat liggen in de Oosterparkbuurt en de Transvaalbuurt, wijken die destijds een grote Joodse populatie kenden. Niet lang na het schrijven van deze brief zouden specifiek anti-Joodse maatregelen de handel voor Joodse burgers op reguliere markten zoals de Albert Cuyp onmogelijk maken; vanaf de zomer van 1941 werden zij verbannen naar aparte 'Joodse markten'. A. Groenteman H. Groenteman I. De Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek gericht aan een gemeentelijke instantie (vermoedelijk de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam). De afzender, H. Groenteman, verzoekt om een schriftelijke vergunning of bewijs om zijn vader, A. Groenteman, te mogen assisteren bij diens viskraam op de Albert Cuypmarkt. De vader is op dat moment woonachtig in de Blasiusstraat 86-I. De zoon voert aan dat zijn vader de handel niet meer alleen afkan. Ter identificatie en onderbouwing van zijn verzoek vermeldt de zoon zijn eigen adres (Reitzstraat 23-huis), zijn geboortedatum (6 december 1898) en zijn beroep ("vischwerker").

Historische Context

De datum van de brief, 3 september 1940, is van historisch belang. Het is kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De familie Groenteman was een bekende Joodse familie in de Amsterdamse markthandel. In deze vroege fase van de bezetting werden de regels voor marktkooplieden aangescherpt en moesten assistenten op standplaatsen officieel geregistreerd staan. De adressen in de Blasiusstraat en Reitzstraat liggen in de Oosterparkbuurt en de Transvaalbuurt, wijken die destijds een grote Joodse populatie kenden. Niet lang na het schrijven van deze brief zouden specifiek anti-Joodse maatregelen de handel voor Joodse burgers op reguliere markten zoals de Albert Cuyp onmogelijk maken; vanaf de zomer van 1941 werden zij verbannen naar aparte 'Joodse markten'.

Genoemde Personen 3

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen