Brief (doorslag/kopie voor administratie)
Origineel
Brief (doorslag/kopie voor administratie) 4 november 1940 De Directeur (waarschijnlijk van de Afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam) Den Heer P. Edel, Watergang 48, Landsmeer (Post Ilpendam) [Handgeschreven annotatie rechtsboven:]
M. de Boer
[Handgeschreven annotatie middenboven:]
Verzonden 5/11
[Referentienummer rechtsboven:]
VP/HG.
[Referentienummer links:]
25/211/2 M.
[Geadresseerde:]
den Heer P. Edel,
Watergang 48,
L a n d s m e e r .
(Post Ilpendam).
[Datum:]
4 November 1940.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 14 October jl. verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste twee maanden na dato dezes toestemming om Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat niet te bezetten. Uw verzoek om van betaling van marktgeld te worden vrijgesteld kan evenwel niet voor inwilliging in aanmerking komen. U dient zorg te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.
[Ondertekening:]
De Directeur, In deze brief reageert de directeur van (vermoedelijk) het Amsterdams Marktwezen op een verzoek van markthandel P. Edel uit Landsmeer. De heer Edel had gevraagd om tijdelijk zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt niet te hoeven bezetten en om gedurende die tijd vrijgesteld te worden van de betaling van marktgeld.
De directeur gaat akkoord met de afwezigheid voor een periode van maximaal twee maanden. Echter, het verzoek om vrijstelling van betaling wordt strikt afgewezen. De koopman moet het wekelijkse marktgeld blijven voldoen, ook als hij er niet staat. De handgeschreven notitie "Verzonden 5/11" bevestigt dat het schrijven daadwerkelijk een dag na de opstelling is verzonden. Het document dateert van november 1940, vroege bezettingstijd. De Albert Cuypmarkt was in deze periode een vitale bron van voedselvoorziening voor de stad Amsterdam. De administratie rondom standplaatsen was bureaucratisch en rigide; men was streng in het handhaven van de betalingsverplichtingen om de inkomsten van de gemeente (of het marktwezen) te waarborgen.
Hoewel de reden voor het verzoek van Edel niet uit deze brief blijkt, is de datering interessant: kort hierna, vanaf begin 1941, zouden de bezettingsmaatregelen gericht tegen Joodse marktkooplieden op de Amsterdamse markten steeds heviger worden. Hoewel de naam Edel in dit geval geen uitsluitsel geeft over de achtergrond van de betrokkene, illustreert de brief de ambtelijke continuïteit en de onverbiddelijke financiële regels in een stad die onder grote spanning stond. Edel had (De heer) M. de Boer P. Edel Gemeente Amsterdam Marktwezen