Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 59
Jaar 1940
Stadsarchief

Administratieve notitie / ambtelijk advies van de Gemeente Amsterdam (Afdeling Algemene Zaken).

Dossier: 14, 15/221/1

Origineel

Administratieve notitie / ambtelijk advies van de Gemeente Amsterdam (Afdeling Algemene Zaken). [Links boven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 15/221/1 1940
DOORGEZONDEN: 7/11

[Rechts boven]
950.

[Centraal boven]
B. Schelvis
pl. 32 Alb. Cuypstraat.
Prins Bothastraat 16 III

[Handgeschreven tussenregel]
heeft geen assistentenvergunning

[Hoofdtekst]
Tegen inwilliging van het verzoek van B. Schelvis om zich tot weder-opzegging op zijn plaats op de markt aan de Alb Cuypstraat te mogen laten assisteren - niet vervangen - door Mej. H. S. Duchart-Crapels, geb. 11 Juni 1918, bestaat m.i. geen bezwaar.

[Annotaties rechts]
v. d. Marktchef
8-11-40
d. Haan

20-11-40
d. Haan

[Annotaties onder]
23/11/40 [paraaf]
25/221/2 Modelbriefje
21-11-40 [paraaf]

[Links onder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een ambtelijke afhandeling van een vergunningsaanvraag voor de Albert Cuypmarkt. Barend Schelvis, houder van standplaats 32, verzoekt om assistentie bij zijn kraam. De marktchef, D. Haan, adviseert positief ("geen bezwaar"), mits er expliciet sprake is van assistentie en niet van vervanging. Dit was een belangrijk juridisch onderscheid in het marktreglement: de officiële vergunninghouder was verplicht om persoonlijk bij de kraam aanwezig te zijn.

De verschillende data en parafen onderaan het document laten de bureaucratische weg zien die het verzoek aflegde binnen de afdeling Algemene Zaken van de gemeente Amsterdam, uitmondend in het opstellen van een "Modelbriefje" op 21 november 1940 om de beslissing te communiceren. Dit document is historisch saillant vanwege de datering: november 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De aanvrager, Barend Schelvis, woonde in de Prins Bothastraat (Transvaalbuurt), een buurt met een zeer grote Joodse populatie.

In de herfst van 1940 begonnen de bezettingsautoriteiten met de eerste stappen om Joodse burgers te isoleren en hun economische middelen te beperken. Niet lang na de datum op dit document, in het voorjaar van 1941, werden Joodse marktkooplieden volledig van de reguliere markten verbannen en mochten zij alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Barend Schelvis en zijn gezin zijn later in de oorlog gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Dit document is daarmee een administratief overblijfsel van een leven dat kort daarna door de Holocaust zou worden verwoest. B. Schelvis D. Haan M. No S. Duchart Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Het document betreft een ambtelijke afhandeling van een vergunningsaanvraag voor de Albert Cuypmarkt. Barend Schelvis, houder van standplaats 32, verzoekt om assistentie bij zijn kraam. De marktchef, D. Haan, adviseert positief ("geen bezwaar"), mits er expliciet sprake is van assistentie en niet van vervanging. Dit was een belangrijk juridisch onderscheid in het marktreglement: de officiële vergunninghouder was verplicht om persoonlijk bij de kraam aanwezig te zijn.

De verschillende data en parafen onderaan het document laten de bureaucratische weg zien die het verzoek aflegde binnen de afdeling Algemene Zaken van de gemeente Amsterdam, uitmondend in het opstellen van een "Modelbriefje" op 21 november 1940 om de beslissing te communiceren.

Historische Context

Dit document is historisch saillant vanwege de datering: november 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De aanvrager, Barend Schelvis, woonde in de Prins Bothastraat (Transvaalbuurt), een buurt met een zeer grote Joodse populatie.

In de herfst van 1940 begonnen de bezettingsautoriteiten met de eerste stappen om Joodse burgers te isoleren en hun economische middelen te beperken. Niet lang na de datum op dit document, in het voorjaar van 1941, werden Joodse marktkooplieden volledig van de reguliere markten verbannen en mochten zij alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Barend Schelvis en zijn gezin zijn later in de oorlog gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Dit document is daarmee een administratief overblijfsel van een leven dat kort daarna door de Holocaust zou worden verwoest.

Genoemde Personen 4

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Sla Oorlogssurrogaten: Vervanging Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 3