Ambtelijke notitie / intern advies van de afdeling Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern advies van de afdeling Marktwezen Amsterdam. November – december 1940. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. . No. 25/229/1 1940 [‘40’ is handmatig gecorrigeerd]
DOORGEZONDEN: 14/11
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven]
2/12/40 18/8 25/229/2 M 9 981
Ph. Arons
pl 305 Alb. Cuypstraat
Opgeroepen geweest op 30/10 ’40
wegens niet geregeld komen
zou na 3/11 ’40 weer geregeld
een plaats innemen.
Ook pl. 260 Westerstraat
[Hoofdtekst links]
Het verzoek van Ph. Arons dient m.i. [mijns inziens] te worden afgewezen. Aan Ph. Arons moet worden bericht dat hij zijn plaats op de markt aan de Alb. Cuypstraat minstens twee maal per week moet innemen en zijn plaats op de markt aan de Westerstraat drie maal in de vier weken. Daarbij dient m.i. tevens te worden bericht dat indien hij zijn plaatsen op opgemelde markten niet geregeld bezet, de plaatsen zullen worden ingetrokken.
[Rechtsonder: parafen en data]
H. Wolff [merkteken X]
H. v. Markenstein [?]
advies 15-11-40
[onleesbare paraaf]
26-11-40
de Boer
[Linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijk advies betreffende het marktwezen in Amsterdam in het najaar van 1940. De kern van de zaak is de onregelmatige aanwezigheid van de heer Ph. Arons op zijn toegewezen standplaatsen op de Albert Cuypmarkt en de Westerstraatmarkt.
Uit de notities blijkt dat Arons op 30 oktober 1940 is ontboden om tekst en uitleg te geven over zijn afwezigheid. Hij heeft daarbij toegezegd vanaf 3 november weer regelmatig aanwezig te zijn. Desondanks adviseert de betreffende ambtenaar om een ingediend verzoek van Arons (mogelijk om vrijstelling of behoud van de plekken ondanks afwezigheid) af te wijzen. Er wordt een strikte eis gesteld: de plek op de Albert Cuyp moet minimaal twee keer per week bezet worden, die op de Westerstraat drie keer per vier weken. Bij gebreke hiervan volgt intrekking van de vergunningen. Dit document dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de toon strikt ambtelijk is, krijgt het document een beladen lading door de identiteit van de betrokkene. Philippus Arons (geboren in 1881) was een Joodse marktkoopman.
In november 1940, de periode van dit schrijven, waren de eerste anti-Joodse maatregelen reeds van kracht, waaronder de Ariërverklaring voor ambtenaren. In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en uiteindelijk verbannen naar specifieke "Joodse markten", voordat zij volledig uit het economische leven werden verstoten.
De strenge handhaving van de aanwezigheidsplicht ("niet geregeld bezet") was vaak een instrument om vergunningen in te trekken van kooplieden die door ziekte, gebrek aan handelswaar of de toenemende restricties hun plek niet meer konden innemen. Uit genealogische bronnen (Joods Monument) blijkt dat Philippus Arons in 1943 in Sobibor is vermoord. Dit document markeert een van de laatste bureaucratische sporen van zijn professionele leven in Amsterdam. H. Wolff Marktwezen