Handgeschreven brief (postkaart/briefkaart-formaat).
Origineel
Handgeschreven brief (postkaart/briefkaart-formaat). 31 December 1940. J. Edelh... (waarschijnlijk J. Edelhoorn of Edelhoort). Purmerend 31 Dec. 1940
Mijnheer de Directeur van het Marktwezen
Tot mijn verwondering ontving ik van u een
schrijven aangaande in bruikleen snoer en toebe-
hooren op de markt Albert Cuypstraat.
Dit moet ten eenen een abuis wezen aange-
zien ik nooit in de Albert Cuypstraat gestaan
heb, en nog nooit de eer gehad heb om snoer en
enz. van de Gem. b. in bruikleen gehad heb, en
ten derde het is reeds meer dan 3 jaar geleden
dat ik van het Amsterdamsche Marktwezen
heb kunnen profiteeren.
Hopende dat hiermee mijn onschuld is
bewezen uwe d d. d. u J. Edelh...
25 De schrijver van deze brief reageert op een officiële vordering of mededeling van de Dienst van het Marktwezen te Amsterdam. Uit de tekst blijkt dat de afzender ten onrechte verantwoordelijk wordt gehouden voor in bruikleen ontvangen materiaal (elektriciteitssnoeren en toebehoren) voor een marktkraam in de Albert Cuypstraat.
De schrijver voert drie argumenten aan ter verdediging:
1. Hij/zij heeft nooit een standplaats gehad in de Albert Cuypstraat.
2. Hij/zij heeft nooit materialen van de gemeente ("Gem. b.", waarschijnlijk Gemeente Bedrijven) in bruikleen gehad.
3. Hij/zij heeft al meer dan drie jaar geen gebruik meer gemaakt van de faciliteiten van het Amsterdamsche Marktwezen.
Het taalgebruik is formeel en beleefd, getuige de afsluiting "uwe d d. d. u" (voluit: Uw dienstwillige dienaar). Er is sprake van de toenmalige spelling (bijv. "Amsterdamsche", "proviteeren"). Het document dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de administratie van de Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuypmarkt) aan strikte regels gebonden. Het Marktwezen hield nauwgezet toezicht op vergunningen en uitgeleende materialen.
Briefwisselingen zoals deze zijn kenmerkend voor de bureaucratische processen van die tijd. De vermelding van "onschuld" suggereert dat er mogelijk een boete of een rekening voor schade/verlies aan de brief van de directeur voorafging. Het getal "25" rechtsonder is waarschijnlijk een administratief kenmerk of een archiefnummer dat later door de ontvangende instantie is toegevoegd. J. Edelh J. Edelhoorn Marktwezen