Officiële kennisgeving/brief betreffende een marktstraf.
Origineel
Officiële kennisgeving/brief betreffende een marktstraf. 13 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). extra
den Heer A. Waterman,
Rapenburgerstraat 41 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
25/251/11 M 13 December 1940.
My is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 7 December jl. Uw plaats op de markt aan de Albert Cuypstraat in verontreinigden toestand heeft achtergelaten.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelyk heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tyd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een officiële berisping en strafoplegging aan de heer A. Waterman. Hem wordt verweten dat hij zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt op 7 december 1940 vuil heeft achtergelaten.
* Juridische grondslag: De straf is gebaseerd op artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten.
* De straf: Het betreft een voorwaardelijke ontzegging van het marktrecht voor de duur van één dag, met een proeftijd van één jaar. Bij een herhaling van de overtreding (of een andere "laakbare handeling") binnen dat jaar, zal de straf alsnog worden uitgevoerd, bovenop de straf voor het nieuwe feit.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gangbare formele spelling en stijl (bijv. "My", "voorwaardelyk", "tyd", "den tyd", "dato dezes"). De toon is zakelijk en autoritair. * Historische periode: De brief dateert van december 1940, zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Locatie en Personalia: De Albert Cuypmarkt is een bekende markt in de Amsterdamse Pijp. De geadresseerde, de heer A. Waterman, woonde aan de Rapenburgerstraat. Deze straat lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam.
* Betekenis: Hoewel de overtreding (het vuil achterlaten van een standplaats) op zichzelf triviaal lijkt, moet dit document gezien worden in het licht van de toenemende regeldruk en controle door de autoriteiten tijdens de bezetting. Voor Joodse marktkooplieden werden dergelijke administratieve vergrijpen in deze periode vaak strenger gecontroleerd en vastgelegd als onderdeel van de geleidelijke uitsluiting van Joden uit het economische en openbare leven. De naam Waterman en de woonplek in de Joodse buurt maken het zeer waarschijnlijk dat de geadresseerde een Joodse Amsterdammer was die via zijn handel op de markt in zijn levensonderhoud probeerde te voorzien. A. Waterman