Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 67
Dossier 26
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (verzoekschrift) met handgeschreven aanvullingen.

14 maart 1940. Van: L. Prins, wonende aan de Uithoornstraat 5 te Amsterdam. Standplaats: Ten Katestraat. Aan: Den Heer Directeur v.h. Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (verzoekschrift) met handgeschreven aanvullingen. 14 maart 1940. L. Prins, wonende aan de Uithoornstraat 5 te Amsterdam. Standplaats: Ten Katestraat. Den Heer Directeur v.h. Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. Nº 26/20/1 M. 1940 16/3

Amsterdam, 14 Maart 1940

Den Heer Directeur v.h. Marktwezen,
Jan van Galenstraat,
Amsterdam 'W.

Mijnheer,

Ondergetekende verzoekt U beleefd om uitstel van
betaling van een week martgeld, welke ik door de
vorst periode ten achter ben geraakt.

Zou U zo vriendelijk willen zijn en mij uitstel
tot circa half April geven, aangezien ik nog niet
de goede handel heb waarmede ik mijn brood kan
verdienen.

Bij voorbaat mijn dank teken ik

Hoogachtend

L. Prins

Uithoornstr 5

Stand Pl. ten Kate str De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse marktkoopman, L. Prins, gericht aan de directeur van het Marktwezen. De kern van het schrijven is een verzoek om betalingsuitstel voor het verschuldigde marktgeld van één week.

De schrijver voert een weersomstandigheid aan als reden voor zijn betalingsproblemen: een "vorst periode". Hierdoor is hij financieel "ten achter [...] geraakt". Hij spreekt de hoop uit dat zijn handel tegen medio april 1940 weer voldoende zal opbrengen om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.

De brief is zakelijk en beleefd van toon. Opvallend is de spelling "martgeld" (voor marktgeld), wat kan wijzen op een fonetische spelling of lokaal taalgebruik. De toevoeging van de standplaats (Ten Katestraat) onderaan de brief was essentieel voor de administratie van het Marktwezen om het verzoek aan het juiste dossier te koppelen. Het stempel linksboven met de datum "16/3" (16 maart) suggereert de datum van ontvangst of verwerking door de instantie. Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de precaire economische positie van kleine zelfstandigen in Amsterdam aan de vooravond van de bezetting.

De winter van 1939-1940 was een van de strengste winters van de 20e eeuw, met langdurige vorstperiodes in januari en februari. Voor marktkooplui betekende dit niet alleen fysiek zware werkomstandigheden, maar vaak ook een drastische afname van klandizie en aanvoer van goederen, wat leidde tot acute geldnood. De Ten Katemarkt in Amsterdam-West, waar de afzender zijn standplaats had, was (en is) een van de drukkere markten van de stad. De Jan van Galenstraat was de plek waar de Centrale Markthallen en het kantoor van het Marktwezen gevestigd waren.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse marktkoopman, L. Prins, gericht aan de directeur van het Marktwezen. De kern van het schrijven is een verzoek om betalingsuitstel voor het verschuldigde marktgeld van één week.

De schrijver voert een weersomstandigheid aan als reden voor zijn betalingsproblemen: een "vorst periode". Hierdoor is hij financieel "ten achter [...] geraakt". Hij spreekt de hoop uit dat zijn handel tegen medio april 1940 weer voldoende zal opbrengen om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.

De brief is zakelijk en beleefd van toon. Opvallend is de spelling "martgeld" (voor marktgeld), wat kan wijzen op een fonetische spelling of lokaal taalgebruik. De toevoeging van de standplaats (Ten Katestraat) onderaan de brief was essentieel voor de administratie van het Marktwezen om het verzoek aan het juiste dossier te koppelen. Het stempel linksboven met de datum "16/3" (16 maart) suggereert de datum van ontvangst of verwerking door de instantie.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de precaire economische positie van kleine zelfstandigen in Amsterdam aan de vooravond van de bezetting.

De winter van 1939-1940 was een van de strengste winters van de 20e eeuw, met langdurige vorstperiodes in januari en februari. Voor marktkooplui betekende dit niet alleen fysiek zware werkomstandigheden, maar vaak ook een drastische afname van klandizie en aanvoer van goederen, wat leidde tot acute geldnood. De Ten Katemarkt in Amsterdam-West, waar de afzender zijn standplaats had, was (en is) een van de drukkere markten van de stad. De Jan van Galenstraat was de plek waar de Centrale Markthallen en het kantoor van het Marktwezen gevestigd waren.

Gerelateerde Documenten 6