Administratief bijblad van de gemeente Amsterdam (Afdeling Marktwezen).
Origineel
Administratief bijblad van de gemeente Amsterdam (Afdeling Marktwezen). April 1940 (diverse data: 8-4-'40 t/m 22/4/'40). [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/31/I 1940.
18/4 - '40.
DOORGEZONDEN:
[Rechtsboven handgeschreven aantekeningen]
183
voldoende
1 maand uitstel Dapperstraat
met d. Pos besproken
verzoek om uitstel
pl. bez. [plaats bezet]
[Hoofdtekst midden]
Den Heer H. Pos kan m.i. [mijns inziens]
worden toegestaan om zich
nog gedurende 4 weken
op zijn plaats op de markt Dapperstraat
te mogen laten vervangen
door zijn zoon.
Pos bij mij ontboden, deelde
mij mede zijn plaats op de markt
over vier weken, waarschijnlijk wel
weer te kunnen innemen.
[Rechterzijde en overige aantekeningen]
26/5/2 m. zo. 3 mnd. (t/m 26/4)
vervanging door zoon
Pos geb. 27/7 18.
Th. Renz [handtekening]
Advies 8-4-40
delhaas [handtekening]
Oproepen 12-4-40 delhaas
16-4-'40 delhaas
0 15/4
[Linksonder in rode inkt en potlood]
22/4/40 [onleesbaar monogram]
26/31/2 II
b [onderstreept]
[Linksonder gedrukte tekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern administratief stuk van de gemeente Amsterdam betreffende het beheer van de Amsterdamse markten. De kern van de zaak is een verzoek van marktkoopman H. Pos om nog vier weken langer vervangen te mogen worden door zijn zoon op de Dappermarkt.
Uit de tekst blijkt dat de heer Pos door een ambtenaar (waarschijnlijk Th. Renz) is "ontboden" om de situatie te bespreken. Pos heeft hierbij aangegeven dat hij verwacht over vier weken zijn werkzaamheden weer zelf te kunnen hervatten. Het advies van de ambtenaar is positief. Verschillende stempels en handtekeningen (waaronder die van Delhaas) laten de ambtelijke loop van het verzoek zien tussen 8 april en 22 april 1940. De code "26/5/2 m. zo." lijkt een administratieve verwijzing naar de betreffende verordening of het dossiernummer van de vervanging. Het document dateert van april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. De Dappermarkt in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. In deze periode was het marktwezen streng gereguleerd; kooplieden moesten persoonlijke aanwezigheid tonen op hun standplaats, tenzij er een geldige reden voor vervanging was (zoals ziekte).
Hoewel dit een routineus administratief document lijkt, illustreert het de nauwgezette controle van het stadsbestuur op het economische leven in de Amsterdamse volksbuurten aan de vooravond van de bezetting. De familienaam Pos kwam destijds veel voor in Amsterdam, zowel binnen als buiten de Joodse gemeenschap; voor velen van hen zou het leven op de markt na mei 1940 drastisch veranderen door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.