Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 142
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk advies of memo.

20 april 1940. Van: J. Renz.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk advies of memo. 20 april 1940. J. Renz. Dapperstraat / 20 April 1940

Den Heer
Inspecteur

Hierbij zou ik U in overweging willen geven
het verzoek v/d Hr: W. Nederend winkelier
Dapperstraat nº 20, niet toe te staan. Dhr:
Nederend wil niet minder als alle voordelen
van een dagmarkt, want 2.50 M. uit den gevel
met een breedte van 1.50 M is totaal 4 M. uit den
gevel, wat practisch neerkomt op een doorloop
tusschen zijn uitstalling en de kramen van
de marktkooplieden -

J. Renz In dit schrijven adviseert J. Renz aan een inspecteur om een verzoek van winkelier W. Nederend (gevestigd aan de Dapperstraat 20) af te wijzen. Nederend wenst blijkbaar een aanzienlijke uitstalling voor zijn winkel te plaatsen.

De kern van het bezwaar is ruimtelijk en economisch van aard:
1. Ruimtebeslag: De gevraagde uitstalling zou in totaal 4 meter uit de gevel steken (2,50 meter basis plus 1,50 meter extra breedte/uitbouw).
2. Doorloop: Volgens de schrijver zou deze uitbouw de doorgang ("doorloop") tussen de winkeluitstalling en de reguliere marktkramen feitelijk blokkeren of onmogelijk maken.
3. Concurrentie: Er wordt gesuggereerd dat de winkelier hiermee alle voordelen van een marktplaats wil opeisen zonder waarschijnlijk aan dezelfde voorwaarden te voldoen als de reguliere marktkooplieden. De brief is gedateerd op 20 april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, de Dapperstraat in Amsterdam-Oost, is de plek van de beroemde Dappermarkt (sinds 1910 een officiële dagmarkt).

Het document illustreert de voortdurende spanning tussen de belangen van vaste winkeliers en ambulante handelaren (marktkramers) in drukke Amsterdamse winkelstraten. In dergelijke straten is de openbare ruimte schaars. De marktmeester of inspecteur van het marktwezen moest hierin bemiddelen om de doorstroom van het publiek en een eerlijke verdeling van de handelsruimte te waarborgen. De genoemde 4 meter uitstalling is voor een Amsterdamse stoep/straat zeer fors, wat het negatieve advies verklaart.

Samenvatting

In dit schrijven adviseert J. Renz aan een inspecteur om een verzoek van winkelier W. Nederend (gevestigd aan de Dapperstraat 20) af te wijzen. Nederend wenst blijkbaar een aanzienlijke uitstalling voor zijn winkel te plaatsen.

De kern van het bezwaar is ruimtelijk en economisch van aard:
1. Ruimtebeslag: De gevraagde uitstalling zou in totaal 4 meter uit de gevel steken (2,50 meter basis plus 1,50 meter extra breedte/uitbouw).
2. Doorloop: Volgens de schrijver zou deze uitbouw de doorgang ("doorloop") tussen de winkeluitstalling en de reguliere marktkramen feitelijk blokkeren of onmogelijk maken.
3. Concurrentie: Er wordt gesuggereerd dat de winkelier hiermee alle voordelen van een marktplaats wil opeisen zonder waarschijnlijk aan dezelfde voorwaarden te voldoen als de reguliere marktkooplieden.

Historische Context

De brief is gedateerd op 20 april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, de Dapperstraat in Amsterdam-Oost, is de plek van de beroemde Dappermarkt (sinds 1910 een officiële dagmarkt).

Het document illustreert de voortdurende spanning tussen de belangen van vaste winkeliers en ambulante handelaren (marktkramers) in drukke Amsterdamse winkelstraten. In dergelijke straten is de openbare ruimte schaars. De marktmeester of inspecteur van het marktwezen moest hierin bemiddelen om de doorstroom van het publiek en een eerlijke verdeling van de handelsruimte te waarborgen. De genoemde 4 meter uitstalling is voor een Amsterdamse stoep/straat zeer fors, wat het negatieve advies verklaart.

Locaties

Dapperstraat (Amsterdam).

Gerelateerde Documenten 6