Ambtelijke notitie / interne correspondentie.
Origineel
Ambtelijke notitie / interne correspondentie. 27 september 1940. J.H. Uitvlugt (ambtenaar bij het Marktwezen). De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Den heer Inspecteur
v. h. Marktwezen - alhier
Bi. 26/66/1 in '40
De heer Muntz is volgens inschrijving
voor plaats 166 Dapperstraat. No. 3.
[In de marge links:] 1 2 3
-
- Schakenberg inschr: sollicitantenlijst 13/7 - [tussenvoeging:] intrekking v. plaats - 26.
-
- Verdonck " " " 2e aan 13/6 - 38.
- 205 L. Muntz " " " " aan 24/6 - 38.
Aan het verzoek van den heer Muntz kan dus
volgens hierbovenstaande gegevens niet worden
voldaan, tenzij Schakenberg en Verdonck bedanken.
Amsterdam 27 Sept. '40
[getekend] J.H. Uitvlugt. Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek om een specifieke marktplaats op de Dapperstraat in Amsterdam. De kern van de zaak is de rangorde op de sollicitantenlijst voor vaste staanplaatsen.
De heer Muntz heeft verzocht om plaats nummer 166. Uit de administratie blijkt echter dat er twee andere gegadigden (Schakenberg en Verdonck) zijn die op basis van hun inschrijfgegevens (waarschijnlijk de jaartallen '26 en '38 achter hun namen, wat duidt op anciënniteit) voorrang hebben.
De ambtenaar concludeert dat het verzoek van Muntz moet worden afgewezen, tenzij de twee personen die boven hem staan afzien van hun recht op de plaats ("bedanken"). Het handschrift is een typisch Nederlands administratief handschrift uit het midden van de 20e eeuw, goed leesbaar en zakelijk geformuleerd. Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (september 1940). Hoewel de bezetting al gaande was, draaide de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam voor alledaagse zaken zoals de marktordening in eerste instantie op de gebruikelijke wijze door.
De Dienst van het Marktwezen hield nauwgezet lijsten bij van standplaatshouders en sollicitanten. De Dappermarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. In de loop van 1941 zouden dergelijke administraties ingrijpend veranderen door de anti-Joodse maatregelen, waarbij Joodse marktkooplieden van de openbare markten werden verdreven. In dit specifieke document van september 1940 is daar echter nog geen directe indicatie van te zien; het betreft hier een reguliere rangorde-kwestie tussen drie marktkooplieden.