Administratief bijblad/notitie van de gemeente (Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad/notitie van de gemeente (Model No. 14). September - Oktober 1940. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/67/1 1940
DOORGEZONDEN: 10/9
[Rechtsboven handgeschreven nummer]
774
[Tekst middenboven]
A. Isaac
pl. 197 Dapperstraat (½ 2/9 do)
" 75 Waterlooplein (¼ 2/9 wo)
[Hoofdtekst]
Het verzoek van A. Isaac dient
m.i. te worden afgewezen.
Aan Isaac moet worden bericht
dat hij zijn plaatsen op de markten
Dapperstraat en Waterlooplein
geregeld moet bezetten, daar anders de
plaatsen worden ingetrokken.
[Marginale notitie rechts]
Voor uitslag
advies
25-9-'40
de Haer
[Onder de hoofdtekst rechts]
1-10-40
de Haer
4/10/40 AS de Haer
[Onderaan centraal in rood potlood]
b
26 / 67 / 2
[Links onderaan, gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke besluitvorming betreffende de marktvergunningen van een zekere A. Isaac. De kern van de zaak is de verplichting voor marktkraamhouders om hun toegewezen plaatsen daadwerkelijk en regelmatig te bezetten.
- Verzoek en Afwijzing: Isaac had blijkbaar een verzoek ingediend (mogelijk voor vrijstelling van aanwezigheid of een wijziging in zijn standplaats), maar de ambtenaar (ondertekend als 'de Haer') adviseert dit af te wijzen.
- Sanctie: Er wordt expliciet gedreigd met het intrekken van de standplaatsen op de Dappermarkt (plaats 197) en het Waterlooplein (plaats 75) als Isaac deze niet "geregeld bezet".
- Terminologie: De afkortingen "do" en "wo" bij de locaties verwijzen naar de marktdagen donderdag en woensdag. De breuken (½ en ¼) kunnen duiden op de grootte van de kraam of de frequentie.
- Tijdsverloop: Het proces loopt van de eerste binnengekomen post op 10 september 1940 tot de uiteindelijke afhandeling/notitie op 4 oktober 1940. Het document dateert van de eerste maanden van de Duitse bezetting in Nederland (najaar 1940). Hoewel de tekst eruitziet als een standaard administratieve handhaving van marktreglementen, is de context van de tijd van belang.
De Waterloopleinmarkt was van oudsher een centrum van Joodse handel in Amsterdam. In deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter van kracht te worden, wat de bedrijfsvoering voor Joodse marktlui (zoals de naam Isaac suggereert) steeds moeilijker maakte. Een dergelijke waarschuwing over het "geregeld bezetten" van kramen kon voor handelaren die door de omstandigheden onder druk stonden, leiden tot het definitieve verlies van hun bron van inkomsten. Dit stuk illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie de strenge regels bleef handhaven te midden van een veranderende en vijandige politieke realiteit.