Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 275
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Typoscript (doorslag van een officiële brief) met handgeschreven kanttekeningen.

4 oktober 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam).

Origineel

Typoscript (doorslag van een officiële brief) met handgeschreven kanttekeningen. 4 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] m. de Veer
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden Tho
[Getypt, rechtsboven:] VP/HG.

[Adresblok, getypt:]
den Heer A. Isaäc,
's-Gravesandestraat 36 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.

[Getypt, links:] 26/67/2 M.
[Getypt, rechts:] 4 October 1940.

[Inhoud brief:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 September jll. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. Indien U Uw plaatsen op de markten Dapperstraat en Waterlooplein niet regelmatig bezet, zullen deze plaatsen worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.

[Ondertekening:]
De Directeur, Deze brief is een formeel afwijzingsbericht van een Amsterdamse gemeentelijke instantie aan een markthandelaar, de heer A. Isaäc. De kern van de boodschap is dat een eerder gedaan verzoek (gedaan op 16 september 1940) is afgewezen. Bovendien bevat de brief een expliciete waarschuwing: als de heer Isaäc zijn staanplaatsen op de Dappermarkt en het Waterlooplein niet "regelmatig bezet", zullen deze hem worden afgenomen op basis van het marktreglement.

De toon is strikt bureaucratisch en dreigend. Het woord "niet" is onderstreept om de afwijzing te benadrukken. Dit soort correspondentie was typisch voor de manier waarop de overheid communiceerde met burgers, waarbij strikte naleving van regels werd geëist. De datum van de brief, 4 oktober 1940, is historisch zeer saillant. De Duitse bezetting van Nederland was op dat moment ruim vier maanden oud. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone administratieve kwestie lijkt, krijgt hij een sinistere lading binnen de context van de vroege Jodenvervolging.

De ontvanger, A. Isaäc, heeft een Joodse achternaam en de genoemde markten (vooral het Waterlooplein) waren van oudsher plekken met veel Joodse handelaren. In oktober 1940 begon de bezetter met de eerste systematische uitsluiting van Joden uit het openbare leven (zoals de Ariërverklaring voor ambtenaren in diezelfde maand).

Bureaucratische regels, zoals de verplichting om een marktplaats "regelmatig te bezetten", werden door de bezetter en meewerkende instanties vaak aangegrepen om Joodse ondernemers hun vergunningen af te pakken nog voordat er expliciete verboden waren. Als een handelaar bijvoorbeeld door de omstandigheden of beperkingen van de bezetting niet kon komen opdagen, bood dit de overheid een juridisch handvat om de standplaats in te trekken. Dit document is een voorbeeld van de "papieren" uitsluiting die voorafging aan de fysieke deportaties. A. Isa

Samenvatting

Deze brief is een formeel afwijzingsbericht van een Amsterdamse gemeentelijke instantie aan een markthandelaar, de heer A. Isaäc. De kern van de boodschap is dat een eerder gedaan verzoek (gedaan op 16 september 1940) is afgewezen. Bovendien bevat de brief een expliciete waarschuwing: als de heer Isaäc zijn staanplaatsen op de Dappermarkt en het Waterlooplein niet "regelmatig bezet", zullen deze hem worden afgenomen op basis van het marktreglement.

De toon is strikt bureaucratisch en dreigend. Het woord "niet" is onderstreept om de afwijzing te benadrukken. Dit soort correspondentie was typisch voor de manier waarop de overheid communiceerde met burgers, waarbij strikte naleving van regels werd geëist.

Historische Context

De datum van de brief, 4 oktober 1940, is historisch zeer saillant. De Duitse bezetting van Nederland was op dat moment ruim vier maanden oud. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone administratieve kwestie lijkt, krijgt hij een sinistere lading binnen de context van de vroege Jodenvervolging.

De ontvanger, A. Isaäc, heeft een Joodse achternaam en de genoemde markten (vooral het Waterlooplein) waren van oudsher plekken met veel Joodse handelaren. In oktober 1940 begon de bezetter met de eerste systematische uitsluiting van Joden uit het openbare leven (zoals de Ariërverklaring voor ambtenaren in diezelfde maand).

Bureaucratische regels, zoals de verplichting om een marktplaats "regelmatig te bezetten", werden door de bezetter en meewerkende instanties vaak aangegrepen om Joodse ondernemers hun vergunningen af te pakken nog voordat er expliciete verboden waren. Als een handelaar bijvoorbeeld door de omstandigheden of beperkingen van de bezetting niet kon komen opdagen, bood dit de overheid een juridisch handvat om de standplaats in te trekken. Dit document is een voorbeeld van de "papieren" uitsluiting die voorafging aan de fysieke deportaties.

Genoemde Personen 1

Locaties

Dappermarkt Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6