Administratieve brief (doorslag op doorslagpapier).
Origineel
Administratieve brief (doorslag op doorslagpapier). 28 oktober 1940. De Directeur (van het Marktwezen). (Rechtsboven, handgeschreven:)
M. Müller
M. de Waal
(Linksboven, getypt:)
vP/HG.
26/70/2 M.
(Midden, handgeschreven:)
Verzonden 29/10
(Rechts, getypt:)
28 October 1940.
(Onderwerp, links:)
Ontheffing betaling stand-
plaats- of marktgeld bij te-
werkstelling in Duitschland.
(Adressering, rechts:)
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Het komt den laatsten tijd veelvuldig voor, dat marktkooplieden of standplaatshouders verzoeken om tijdelijk te worden vrijgesteld van hun verplichting tot betaling van markt- of standplaatsgeld, op grond van het feit, dat zij in Duitschland zijn te werk gesteld. Deze tewerkstelling kan, wanneer zij geschiedt op aanwijzing van den Directeur der Gemeentelijke Arbeidsbeurs, mijns inziens worden gelijk gesteld met opneming in de werkverschaffing, op grond waarvan, krachtens besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 23 November 1934 (No. 848 L.M. 1934) vrijstelling van betaling van markt- en standplaatsgeld wordt verleend. Voor verleening der bedoelde vrijstelling bestaat mijns inziens geen aanleiding, indien de marktkoopman of de standplaatshouder op eigen initiatief — en dus niet op aanwijzing van den Directeur der Gemeente Arbeidsbeurs — in Duitschland werk gaat zoeken.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, ~~dat~~ bij besluit van Burgemeester en Wethouders, op gronden van billijkheid, krachtens artikel 10 en artikel 32 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan den houder van een vergunning voor het innemen van een standplaats op den openbaren weg buiten de markten en van een vergunning tot het innemen van een plaats op de markten, vrijstelling te verleenen van de betaling van standplaats- of marktgeld, gedurende den tijd, dat deze, op aanwijzing van den Directeur der Gemeente Arbeidsbeurs in Duitschland wordt tewerkgesteld, onder voorwaarde, dat de vergunninghouder gedurende dien tijd zijn vergunning in bewaring geeft op het hoofdkantoor van het Marktwezen.
De Directeur, In deze brief doet de Directeur van het Marktwezen een voorstel aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om marktkooplieden financieel te ontlasten wanneer zij in Duitsland gaan werken. Het kernpunt is het onderscheid tussen 'vrijwillige' arbeidsmigratie en tewerkstelling via de officiële weg (de Arbeidsbeurs). Alleen in het laatste geval wordt voorgesteld om hen vrij te stellen van de verschuldigde standplaatsgelden. Om misbruik te voorkomen en de marktplaatsen ordelijk te kunnen heruitgeven, moeten de begunstigden hun vergunning tijdelijk inleveren bij het Marktwezen. Het document dateert van oktober 1940, slechts vijf maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De economische situatie was precair en de Duitse bezetter begon met het ronselen van Nederlandse arbeidskrachten voor de eigen oorlogsindustrie. In dit vroege stadium van de bezetting werd getracht deze nieuwe realiteit in te passen in bestaande Nederlandse regelgeving, zoals de genoemde crisismaatregel uit 1934 voor werklozen in de werkverschaffing. Het document illustreert hoe het gemeentelijk apparaat meewerkte aan het faciliteren van de tewerkstelling in Duitsland. M. de Waal Marktwezen