Administratieve interne notitie/geleidebiljet van de gemeente Amsterdam (Afdeling Algemene Zaken).
Origineel
Administratieve interne notitie/geleidebiljet van de gemeente Amsterdam (Afdeling Algemene Zaken). November 1940. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/76/1 1940
DOORGEZONDEN: 15/11
[Handgeschreven tekst midden boven:]
m. v.d. Horst pl v/d Dapperstraat
Th. Uilenburg
per 18/11 '40 afvoeren s.v.p.
[Paraaf]
[Handgeschreven tekst midden:]
Ponkemskaart 657 Alb. Cuypstraat
22/10 '40 ingetrokken Art 10 B. R. Amst.
[Handgeschreven tekst midden links:]
Oude schuld i.v.m. op markt
Uilenburg. Doorgeven aan Uilenburg
[Stempels en handtekeningen midden rechts:]
20-11-'40
dekker [handtekening]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
dekker [stempel handtekening]
Gezien:
De contr. m.v. [controleur marktwezen?]
20/11 - 40
[Paraaf]
[Handgeschreven tekst linksonder:]
opbergen
[Paraaf] 29/11 '40
[Grote initialen/paraaf JHP?]
[Gedrukte tekst onderaan:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
--- Dit document is een ambtelijke notitie betreffende de administratieve verwerking van een dossier rondom Th. Uilenburg. De kern van de zaak lijkt de "afvoer" (verwijdering) van Uilenburg te zijn per 18 november 1940, in relatie tot een "oude schuld" op de markt.
De notitie noemt twee bekende Amsterdamse marktlocaties: de Dapperstraat en de Albert Cuypstraat. Er wordt verwezen naar een intrekking op 22 oktober 1940 op basis van "Art 10 B. R. Amst." (waarschijnlijk het Bevolkingsregister Amsterdam).
De hiërarchie van de afhandeling is zichtbaar door de verschillende data en parafen:
1. 15 november: Ingekomen/doorgezonden.
2. 18 november: Geplande datum voor "afvoeren".
3. 20 november: Gezien en getekend door Inspecteur Dekker en een controleur (waarschijnlijk van het Marktwezen).
4. 29 november: Definitief afgedaan met de instructie "opbergen".
Het document illustreert de nauwgezette bureaucratische controle op marktkooplieden en hun financiële verplichtingen aan de stad.
--- De datum van dit document, november 1940, is cruciaal voor de historische context. Dit is de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begonnen de bezetter en collaborerende instanties met het systematisch beperken van de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joodse burgers.
De achternaam Uilenburg is een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam (tevens de naam van een van de oude Joodse buurten). De markten in de Dapperstraat en de Albert Cuypstraat kenden vanouds veel Joodse handelaren. Hoewel de notitie spreekt over een "oude schuld", past het "afvoeren" van een handelaar in november 1940 in het bredere patroon van de beginnende uitsluiting van Joden van de openbare markten. Vaak werden administratieve of financiële redenen aangegrepen om Joodse marktkooplieden hun vergunning te ontnemen nog voordat de expliciete anti-Joodse verordeningen voor markten volledig van kracht werden. Dekker (Inspecteur) Dekker en (Inspecteur) M. No M. v.d. Horst R. Amst Gemeente Amsterdam Marktwezen