Brief (administratieve correspondentie).
Origineel
Brief (administratieve correspondentie). 11 december 1940. G. J. Emons, Vrolikstraat 237, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Linksboven, blauwe inktstempel en potloodaantekening:]
Nº 26/06/1 M. 1940 14/12
[Rechtsboven:]
Amsterdam 11 December 1940
[Geadresseerde:]
Den WelEd. Heer Directeur van het
Marktwezen
ALHIER [doorstreept met handgeschreven notitie in potlood: m. hulp?]
[Aanhef:]
WelEd. Heer,,
[Inhoud:]
Hierdoor deel ik U mede, dat ik mijn vaste standplaats
op het
Dapperplein
van af heden opzeg, en verzoek U beleefd, hiervan goede nota
te nemen.
[Afsluiting:]
Hoogachtend
[Handgeschreven handtekening:] G J Emons
[Adres onderaan:]
Vrolikstraat 237
[Rechtsonder, in potlood:]
26 Het document is een formele opzegging van een marktvergunning. De heer G. J. Emons laat de Directeur van het Marktwezen weten dat hij per direct (11 december 1940) afstand doet van zijn vaste staanplaats op de Dappermarkt (Dapperplein) in Amsterdam.
De brief is zakelijk en beleefd van toon, passend bij de toenmalige omgangsvormen tussen burger en overheid ("WelEd. Heer", "beleefd verzoek"). De administratieve stempel bovenaan duidt op de verwerking door de betreffende gemeentelijke instantie; de datum "14/12" suggereert dat de brief drie dagen na verzending officieel werd ingeboekt. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locatie is specifiek voor Amsterdam-Oost; zowel de Vrolikstraat als het Dapperplein liggen in de Dapperbuurt/Oosterparkbuurt.
De Dappermarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In 1940 was het beheer van marktplaatsen een strikt gereguleerde gemeentelijke aangelegenheid. Hoewel de brief geen expliciete reden geeft voor de opzegging, valt de datum op: eind 1940 namen de beperkende maatregelen van de bezetter toe. Veel Joodse marktkooplieden werden in deze periode gehinderd in hun werk of gedwongen hun activiteiten te staken, hoewel uit dit specifieke document niet direct kan worden opgemaakt of de heer Emons Joods was of dat er een andere (economische of persoonlijke) reden ten grondslag lag aan de opzegging. Het document dient als een voorbeeld van de dagelijkse bureaucratie in een stad onder bezetting. J. Emons Marktwezen