Brief (formele kennisgeving van het opgeven van een marktstandplaats).
Origineel
Brief (formele kennisgeving van het opgeven van een marktstandplaats). 24 december 1940 (ontvangen op 27 december 1940). G. Lifer, Archimedeslaan 23, Amsterdam. Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam ("Alhier"). [Links boven:]
No 26/88/ M. 1940 27/12
[Rechts boven:]
Den Wel Ed: Heer
Inspecteur van het
Marktwezen
Alhier
[In het midden rechts, met potlood:]
m. Insp
[Brieftekst:]
Mijnheer
Ondergetekende G. Lifer Archimedeslaan 23
Standplaats houder Dapperplein, is door
omstandigheden niet meer in staat deze
plaats te bezetten,
Redenen waarom hij genoemde plaats
ter Uwer beschikking stelt
Hoogachtend
G Lifer
Archimedeslaan 23
Adam
Den 24. December 1940
[Rechtsonder:]
26 Het document is een zakelijke brief van een marktkoopman genaamd G. Lifer aan de Amsterdamse marktinspectie. De kern van de boodschap is de vrijwillige teruggave van een standplaats op het Dapperplein. De schrijver voert "omstandigheden" aan als reden, maar specificeert deze niet nader.
Opvallende details in het document:
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en beleefd, conform de tijdgeest ("Den Wel Ed: Heer", "ter Uwer beschikking").
* Administratie: De nummers linksboven wijzen op een zorgvuldige archivering door de gemeente. De datum '27/12' duidt waarschijnlijk op de dag van ontvangst of verwerking.
* Afkorting: "Adam" wordt hier gebruikt als een courante afkorting voor Amsterdam. De datum van deze brief, december 1940, plaatst het schrijven in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de reden voor het opzeggen van de standplaats vaag blijft ("omstandigheden"), is de context van die tijd van groot belang. In de loop van 1940 en begin 1941 begonnen de bezettingsautoriteiten met het invoeren van anti-Joodse maatregelen, die ook de Amsterdamse markten zwaar troffen.
Het Dapperplein lag in een buurt met een grote Joodse gemeenschap. Veel Joodse marktkooplieden werden in deze periode gedwongen hun nering op te geven of werden later verplaatst naar specifieke 'Jodenmarkten'. Zonder aanvullend genealogisch onderzoek is niet met zekerheid te zeggen of G. Lifer Joods was en of deze opzegging een direct gevolg was van de bezettingsmaatregelen, maar het tijdsstip en de locatie maken dit een aannemelijk scenario voor de "omstandigheden" waarnaar verwezen wordt. G. Lifer Marktwezen