Archiefdocument
Origineel
15 april 1940 Onbekende ambtenaar/marktmeester (gericht aan de Directie Marktwezen) [Linksboven in de marge:] Inschrijven (onderstreept)
[Bovenkant, gestempeld/geschreven:] Nº 27/6/4 M. 1940 15/4 27/6/5 15/4/40 [initialen]
Plaatsaanwijzing
Borgerstraat
Directie Marktwezen.
Ingevolge telefonische bespreking met den Directeur betreffende plaatsaanwijzing in de Borgerstraat dd. 13 April is mij opgedragen deze aangelegenheid te rapporteeren.
Als gevolg van de bestrating aan de dagmarkt aan de Ten Katestraat is op Zaterdag 13 April de beschikking over ± 34 plaatsen verloren gegaan. Deze aangelegenheid heb ik reeds den Inspecteur medegedeeld. In overleg en met toestemming van een Brigadier van Politie heb ik de pl.houders die door de uitvoering van vorenbedoelde werkzaamheden niet op hun plaats konden staan, een plaats in de Borgerstraat toegewezen, ondanks deze straat niet als markt is aangewezen. Evenwel zijn veel jammerklachten e.d. naar voren gebracht. Ik heb in de geest overeenkomstig het Regl. op de Markten een regeling toegepast, die de pl.houders en ook den Voorzitter van V.Z.O.D., naar ik vermeen, hebben bevredigd. Overeenkomstig de afspraak met den Directeur, heb ik van de losse pl.houders het tarief "overlicht" marktgeld geïnd. Daar de mogelijkheid bestaat dat bedoelde pl.houders of V.Z.O.D. restitutie zal vragen wegens het toewijzen van een plaats op het onverlichte gedeelte, heb ik voor eventueele contrôle van deze plaatstoewijzing nauwkeurig aanteekening gehouden. Echter bestaat groote kans dat een aantal in den loop van den dag alsnog opschuiven naar openkomende plaatsen op het verlichte gedeelte der markt. In laatst genoemd geval kan m.i. geen restitutie worden gegeven, waarmede ik de pl.houders [tekst breekt hier af] Dit document is een ambtelijk rapport over een logistieke verstoring op de Amsterdamse Ten Katemarkt in april 1940. Door herbestratingswerkzaamheden zijn 34 marktplaatsen onbruikbaar geworden. De auteur van het rapport heeft eigenmachtig, maar in overleg met de politie, de standplaatshouders verplaatst naar de nabijgelegen Borgerstraat, ook al had deze straat op dat moment geen officiële marktbestemming.
De kern van het rapport draait om twee zaken:
1. Ontevredenheid: Er is sprake van "jammerklachten" van marktkooplieden, waarschijnlijk vanwege de minder gunstige locatie of het gebrek aan voorzieningen.
2. Financiële afhandeling: Er is een geschil over het marktgeld. De kooplieden hebben het tarief voor een "verlichte" plaats betaald (met elektriciteit/verlichting), terwijl de Borgerstraat "onverlicht" was. De ambtenaar anticipeert op verzoeken tot restitutie (terugbetaling) van het prijsverschil via de belangenvereniging V.Z.O.D. Hij voert aan dat kooplieden die gedurende de dag alsnog naar een vrijgekomen verlichte plek verhuizen, geen recht op teruggave hebben.
Het handschrift is een typisch zakelijk cursief uit de vooroorlogse periode, gekenmerkt door een scherpe hellingshoek en het gebruik van de toenmalige spelling (zoals "rapporteeren", "aanteekening" en het gebruik van de verbogen naamvallen zoals "den Directeur"). Het document is gedateerd op 15 april 1940, minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een inkijkje in het dagelijks lokaal bestuur van Amsterdam en de werking van de markten in die tijd. De Ten Katemarkt was (en is) een van de belangrijkste dagmarkten in Amsterdam-West.
De genoemde organisatie V.Z.O.D. staat waarschijnlijk voor de "Vereeniging van Zelfstandige Ondernemers en Detailhandelaren" of een vergelijkbare marktkoopliedenvereniging die opkwam voor de rechten van de standplaatshouders. De kwestie van verlichting was destijds een belangrijk onderdeel van de markttarieven; wie een kraam met elektrische aansluiting had, betaalde een hoger tarief aan de gemeente. De discussie over restitutie laat zien dat de marktkooplieden mondig waren en dat de gemeente bureaucratisch nauwkeurig vastlegde wie waar stond om financiële claims te kunnen beoordelen. Marktwezen Politie