Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 515
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / memo.

20 maart 1940.

Origineel

Ambtelijke notitie / memo. 20 maart 1940. [Bovenaan links in zwarte inkt:]
26/10/I id

[Bovenaan midden in rode inkt:]
27/29/107. 40.

[Hoofdtekst:]
Blijkens 27/25/2 id dd 20 Oct. 1939 is aan
D. Alefman toestemming verleend zich te doen
bijstaan door zijn zoon. Nadat zijn verzoek reeds is
toegestaan. Dewijl Alefman een onderhoud wenscht,
heeft hij wellicht nog wat anders op zijn verlanglijstje.
Ik geef in overweging hem dan ernstig te waarschuwen
dat niemand anders dan zijn zoon hem mag bijstaan, en ook
dat bedoelde zoon hem niet mag vervangen.
Het is reeds voorgekomen dat Alefman langen tijd afwezig
was en dan de zoon de plaats innam. In die gevallen
heb ik het verschuldigde marktgeld van den zoon
geïnd. Verder herinner aan mijn rapporten 13/3 '39 en 13/10 '39

[Onderaan:]
Amsterdam, 20 Maart '40
[Handtekening/Paraaf] Deze handgeschreven notitie is opgesteld door een Amsterdamse ambtenaar (vermoedelijk een marktopziener of marktmeester) en gericht aan een superieur. Het document behandelt een specifiek geval van regelhandhaving op de markt.

De kern van de kwestie is dat een marktkoopman, D. Alefman, officiële toestemming had om hulp te krijgen van zijn zoon bij zijn kraam. De schrijver van de notitie signaleert echter een onregelmatigheid: Alefman laat zijn zoon de kraam volledig overnemen ("vervangen") in plaats van zich enkel te laten "bijstaan". Dit onderscheid was juridisch en administratief van belang voor de toewijzing van marktplaatsen en de inning van de bijbehorende gelden. De schrijver adviseert om Alefman tijdens een komend gesprek streng te wijzen op de grenzen van zijn vergunning en verwijst naar eerdere rapportages uit 1939 om aan te tonen dat dit een terugkerend probleem is. Het document is gedateerd op 20 maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode functioneerde het Amsterdamse stadsbestuur nog volgens de reguliere vooroorlogse bureaucratie.

De naam "Alefman" en de context van de markt duiden mogelijk op een Joodse achtergrond van de betrokkene; de Amsterdamse markten (zoals het Waterlooplein) kenden een hoog percentage Joodse kooplieden. Hoewel dit document in eerste instantie een alledaagse administratieve kwestie lijkt, illustreert het de nauwgezetheid waarmee de overheid toezicht hield op de economische activiteiten van burgers. Dergelijke gedetailleerde dossiers over marktvergunningen zouden later, onder de Duitse bezetting, een rol spelen bij de uitsluiting van Joden uit het economische leven en de uiteindelijke onteigening van hun bezittingen.

Samenvatting

Deze handgeschreven notitie is opgesteld door een Amsterdamse ambtenaar (vermoedelijk een marktopziener of marktmeester) en gericht aan een superieur. Het document behandelt een specifiek geval van regelhandhaving op de markt.

De kern van de kwestie is dat een marktkoopman, D. Alefman, officiële toestemming had om hulp te krijgen van zijn zoon bij zijn kraam. De schrijver van de notitie signaleert echter een onregelmatigheid: Alefman laat zijn zoon de kraam volledig overnemen ("vervangen") in plaats van zich enkel te laten "bijstaan". Dit onderscheid was juridisch en administratief van belang voor de toewijzing van marktplaatsen en de inning van de bijbehorende gelden. De schrijver adviseert om Alefman tijdens een komend gesprek streng te wijzen op de grenzen van zijn vergunning en verwijst naar eerdere rapportages uit 1939 om aan te tonen dat dit een terugkerend probleem is.

Historische Context

Het document is gedateerd op 20 maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode functioneerde het Amsterdamse stadsbestuur nog volgens de reguliere vooroorlogse bureaucratie.

De naam "Alefman" en de context van de markt duiden mogelijk op een Joodse achtergrond van de betrokkene; de Amsterdamse markten (zoals het Waterlooplein) kenden een hoog percentage Joodse kooplieden. Hoewel dit document in eerste instantie een alledaagse administratieve kwestie lijkt, illustreert het de nauwgezetheid waarmee de overheid toezicht hield op de economische activiteiten van burgers. Dergelijke gedetailleerde dossiers over marktvergunningen zouden later, onder de Duitse bezetting, een rol spelen bij de uitsluiting van Joden uit het economische leven en de uiteindelijke onteigening van hun bezittingen.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6