Officiële brief/correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Officiële brief/correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 29 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer W. Vischjager, Ruyschstraat 131, Amsterdam-O. [Rechtsboven handgeschreven:]
Lew. Th. de Raer
[Midden boven:]
DV. extra [handgeschreven]
[Linksboven:]
27/37/2 M.
[Rechtsmidden:]
29 Mei 1940.
den Heer W. Vischjager,
Ruyschstraat 131,
Amsterdam-O.
Wijk 11.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 Mei 1940
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Ten Katestraat
te laten bystaan - niet vervangen - door Uw broer I.Vischjager.
De Directeur, Deze brief is een officiële vergunning of toestemming van de gemeente Amsterdam (afdeling marktwezen) aan de heer W. Vischjager. De kern van de boodschap is dat de ontvanger toestemming krijgt om zich op zijn marktplaats aan de Ten Katestraat te laten bijstaan door zijn broer, I. Vischjager.
Belangrijke administratieve details:
* Locatie: De Ten Katemarkt in Amsterdam-West.
* Beperking: Er wordt expliciet vermeld "niet vervangen". Dit betekent dat de vergunninghouder (W. Vischjager) zelf aanwezig moet zijn; zijn broer mag enkel helpen, niet de kraam alleen bemannen.
* Termijn: De toestemming geldt "tot wederopzegging", wat betekent dat de directie het recht behoudt om deze beslissing op elk moment in te trekken. De datum van de brief, 29 mei 1940, is zeer aangrijpend. Dit is slechts twee weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Uit archiefstukken (zoals het Joods Monument) blijkt dat de familie Vischjager een Joodse familie was. In de Ruyschstraat 131 woonde destijds Wolf Vischjager (geboren in 1904). Zijn broer Isidoor (geboren in 1913) is waarschijnlijk de "I. Vischjager" die in de brief wordt genoemd.
In deze vroege fase van de bezetting functioneerde de Amsterdamse bureaucratie nog grotendeels op de oude voet, maar de druk op Joodse ondernemers nam snel toe. In de jaren die volgden, werden Joodse marktkooplieden eerst geweerd van de algemene markten en uiteindelijk gedeporteerd. Het feit dat Wolf in mei 1940 nog om assistentie vroeg voor zijn kraam op de Ten Katemarkt, getuigt van de voortgang van het dagelijks leven te midden van de beginnende terreur. Zowel Wolf als Isidoor Vischjager zijn, volgens de historische bronnen, slachtoffer geworden van de Holocaust. I. Vischjager O. Gemeente Amsterdam Marktwezen