Officiële kennisgeving/strafbeschikking.
Origineel
Officiële kennisgeving/strafbeschikking. 12 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). extra
den Heer J.Blitz,
Nieuwe Achtergracht 20 hs,
Amsterdam-Centrum. Wyk 10.
27/87/2 M 12 October 1940.
My is gerapporteerd, dat U op 9 October jl. op het
trottoir achter Uw marktplaats op de markt Ten Katestraat een
kar heeft geplaatst.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, over-
eenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement
op de Markten, voorwaardelyk heb gestraft met ontneming van het
recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en
wel voor den tyd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden
gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal
aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede
schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe
feit zal worden gesteld.
De Directeur, Het document is een zakelijke, ambtelijke brief waarin een marktkoopman, de heer J. Blitz, op de vingers wordt getikt voor een overtreding van het marktreglement. De overtreding betreft het plaatsen van een kar op het trottoir achter zijn standplaats op de Ten Katemarkt op 9 oktober 1940.
De toon is formeel en juridisch ("overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1", "laakbare handeling"). Er wordt een voorwaardelijke straf opgelegd: het ontzeggen van de toegang tot de Amsterdamse markten voor de duur van één dag, met een proeftijd van één jaar. De spelling wijkt op enkele punten af van de huidige standaard (bijv. "My", "voorwaardelyk", "tyd"), wat typerend is voor de toenmalige typekamers. De datum van de brief, 12 oktober 1940, is cruciaal voor de historische context. Nederland bevond zich op dat moment in de vroege fase van de Duitse bezetting.
Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale administratieve kwestie lijkt, krijgt deze een zwaardere lading wanneer men kijkt naar de naam en het adres van de ontvanger. De achternaam Blitz en de woonlocatie aan de Nieuwe Achtergracht wijzen op een Joodse achtergrond; de Nieuwe Achtergracht lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.
In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en het collaborerende of meewerkende stadsbestuur met het nauwgezet registeren en via kleine regeltjes dwarsbomen van Joodse ondernemers en marktkooplieden. Documenten zoals deze maakten deel uit van de groeiende administratieve druk op de Joodse bevolking, die uiteindelijk zou leiden tot een totaal verbod voor Joden op de markten en de latere deportaties. De vermelding "Wyk 10" verwijst naar de administratieve indeling van de stad die door de bezetter ook werd gebruikt voor de registratie van de bevolking. J. Blitz Marktwezen