Archiefdocument
Origineel
21 oktober 1940 De Directeur van het Marktwezen [Logo: Stadswapen van Amsterdam (drie kruisen) geflankeerd door weegschalen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
[Met potlood bijgeschreven: verzonden v/d]
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 27/97/3 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _
AMSTERDAM (W.) 21 October 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer H.J.Thomas,
Kinkerstraat 315 II,
Amsterdam-West.
Wijk 25.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing om geregeld van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Ten Katestraat gebruik te maken, behoort de inschryving op de sollicitantenlyst voor bovengenoemde markt, ingevolge artikel 10 van het Reglement op de Markten, te worden geschrapt.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 23 Oct.a.s.tusschen 9-12 uur te komen bij den Inspecteur van myn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele waarschuwing van de Amsterdamse dienst Marktwezen aan een markthandelaar of aspirant-koopman, de heer H.J. Thomas. De kern van de zaak is dat de heer Thomas zijn 'voorkeurskaart' voor de markt in de Ten Katestraat niet regelmatig gebruikt. Volgens artikel 10 van het Marktreglement kan dit leiden tot schrapping van de sollicitantenlijst (de wachtlijst voor een vaste staanplaats).
De brief is getypt op officieel briefpapier van de gemeente. De toon is zakelijk en dwingend: de ontvanger wordt gesommeerd om twee dagen later op gesprek te komen bij de Inspecteur aan de Jan van Galenstraat (het adres van de Centrale Markthal) voordat er een definitief besluit wordt genomen. De brief dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een strikt administratieve reden geeft (het niet naleven van reglementen), moet dit gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende druk op de Amsterdamse markten.
In deze periode begonnen de bezetter en de meewerkende Amsterdamse overheid met het systematisch bemoeilijken van de economische positie van Joodse Amsterdammers. De Kinkerbuurt, waar de heer Thomas woonde, kende een aanzienlijke Joodse populatie. In de herfst van 1940 werden de eerste stappen gezet om Joodse marktkooplieden te isoleren, wat uiteindelijk zou leiden tot de instelling van speciale 'Joodse markten' in 1941 en het totale verbod op handel voor Joden daarna. Bureaucracy en strikte handhaving van reglementen werden in deze tijd vaak ingezet als instrument om ongewenste personen uit het economische verkeer te weren.