Ambtelijke correspondentie (doorslag van een adviesbrief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (doorslag van een adviesbrief). 5 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Markten of een gerelateerde gemeentelijke dienst in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller
v.d. Laar
[Midden boven:]
VD/HG.
[Handgeschreven:] Verzonden 5/12
[Linksboven:]
27/105/2 H.
[Rechtsboven:]
5 December 1940.
[Links:]
Teruggave marktgeld
aan E. Groen.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat E. Groen, Krugerstraat 9 III, die een vaste plaats op de markt Ten Katestraat heeft bezet, het terzake, krachtens artikel 17 tweede lid van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden verschuldigde marktgeld voor het tweede kalenderhalfjaar van 1940, tot een bedrag van ƒ 31,50 heeft betaald. Groen is op 28 October jl. overleden; zijn nabestaanden verzoeken om hun het teveel betaalde marktgeld te restitueeren.
Indien hij volgens het tarief per kalenderweek had betaald, zou hij van 1 Juli tot en met 28 October 1940 een totaal bedrag van ƒ 24,30 (18 weken à ƒ 1,35) schuldig zijn geweest. Hij betaalde ƒ 31,50 weshalve een bedrag van ƒ 31,50 - ƒ 24,30 = ƒ 7,20 gerestitueerd zou kunnen worden.
Ik heb de eer U te adviseeren op dit verzoek gunstig te beschikken en derhalve bij Besluit van Burgemeester en Wethouders, ingevolge artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan de nabestaanden van E. Groen voornoemd teruggave van reeds betaald marktgeld toe te staan tot een bedrag van ƒ 7,20.
De Directeur, Het document is een formeel ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de zaak is een administratieve afwikkeling van marktgeld. Een marktkramer, E. Groen, had vooruitbetaald voor het gehele tweede halfjaar van 1940 voor zijn standplaats op de Ten Katemarkt. Omdat hij op 28 oktober 1940 overleed, vragen zijn nabestaanden het teveel betaalde bedrag terug.
De directeur rekent uit dat Groen 18 weken gebruik heeft gemaakt van de standplaats, wat neerkomt op ƒ 24,30. Het resterende bedrag van ƒ 7,20 wordt geadviseerd terug te betalen. De tekst is doorspekt met formele juridische verwijzingen naar de geldende gemeentelijke verordeningen. Dit document dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een strikt administratieve toon heeft, bevat het namen en locaties die historisch relevant zijn. De Krugerstraat lag in de Amsterdamse Transvaalbuurt, een wijk die in die tijd een zeer grote Joodse populatie kende. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam als marktkoopman.
De genoemde "E. Groen" kan worden geïdentificeerd als Elias Groen (geboren in 1883), die inderdaad op Krugerstraat 9-III woonde. Hoewel hij in oktober 1940 een natuurlijke dood stierf (vlak voordat de grootschalige vervolgingen en deportaties begonnen), illustreert dit document hoe de bureaucratie van de gemeente Amsterdam onverstoord doorging tijdens de eerste fase van de bezetting. De wethouder voor Levensmiddelen in deze periode was de SDAP-politicus Inez Vlielander Hein, die kort hierna (maart 1941) door de bezetter zou worden ontslagen. E. Groen Gemeente Amsterdam