Archief 745
Inventaris 745-320
Pagina 424
Dossier 15
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief (handgeschreven)

28 november 1940 Van: Een marktkoopman (ondergetekende, naam niet expliciet vermeld in tekst, mogelijk gerelateerd aan de kantlijnnotitie "Inschrijver") Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam

Origineel

Brief (handgeschreven) 28 november 1940 Een marktkoopman (ondergetekende, naam niet expliciet vermeld in tekst, mogelijk gerelateerd aan de kantlijnnotitie "Inschrijver") Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam Inschrijver

No 27/106/1 M. 1940 5/12

Amsterdam, 28 November 1940.

Den Heer Directeur v/h Marktwezen.

Wegens de buitengewone omstandigheden is zoals U bekend het aanvangsuur van de centrale markt zoodanig dat, ondergeteekenden, niet op de vastgestelden tijd, hun plaats in de Ten Katestraat, kunnen bezetten. Het is reeds voorgekomen dat onze vaste plaats, door een ander was ingenomen en wij dien dag geen plaats hadden. De winkeliers die vroeger een telefonisch verzoek, dat wij even later zouden komen, aan den marktmeester doorgaven, willen dit thans door het schijnbaar veelvuldig voorkomen, niet meer doen.

Wij hebben hierover met den marktmeester gesproken, die ons heeft aangeraden den Directeur schriftelijk met ons verzoek in kennis te stellen. Wij verzoeken derhalve: Als wij niet aanwezig zijn, of dan onze plaats kan worden opengehouden en deze dus niet door een ander zal worden ingenomen.

Indien dit niet mogelijk is, dan verzoeken wij de gelegenheid open te stellen, dat wij den marktmeester telefonisch kunnen bereiken, teneinde hem in kennis te stellen, dat wij even later komen, doordat dan onze plaats beschikbaar blijft. Hoewel geen licht kan worden ontstoken betalen wij toch f 1,35 per week marktgeld, zoodat een kleine tegemoetkoming dees wel is te verantwoorden. De kern van deze brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan het Amsterdamse Marktwezen voor een praktische regeling met betrekking tot zijn standplaats aan de Ten Katestraat.

De schrijver kaart een logistiek probleem aan: door veranderde aanvangstijden op de centrale markt (waar kooplieden hun waar inkopen) lukt het niet meer om tijdig op de eigenlijke marktplaats aanwezig te zijn. Hierdoor wordt hun vaste plek soms door anderen ingenomen. De informele weg (via winkeliers die de marktmeester bellen) functioneert niet meer. De schrijver stelt twee oplossingen voor: ofwel de plek wordt standaard gereserveerd, ofwel er komt een mogelijkheid om direct telefonisch contact op te nemen met de marktmeester. Als argument voor deze coulance voert de schrijver aan dat hij ondanks de verslechterde omstandigheden (geen verlichting) wel het volledige marktgeld van 1,35 gulden per week betaalt. Het document dateert van november 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "buitengewone omstandigheden" waar de schrijver naar verwijst, hebben direct te maken met de oorlogssituatie.

Ten eerste waren er strikte verduisteringsvoorschriften van kracht; de opmerking "geen licht kan worden ontstoken" duidt hierop. Dit maakte het werken op de markt in de vroege ochtenduren zeer lastig. Ten tweede zorgden distributiemaatregelen en beperkingen in het vervoer ervoor dat de logistiek op de centrale markten verstoord raakte, waardoor marktkooplui vaak later op hun standplaats arriveerden. De brief biedt een inkijkje in hoe kleine zelfstandigen in het eerste oorlogsjaar probeerden hun nering voort te zetten binnen de knellende beperkingen van de nieuwe realiteit. Marktwezen

Samenvatting

De kern van deze brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan het Amsterdamse Marktwezen voor een praktische regeling met betrekking tot zijn standplaats aan de Ten Katestraat.

De schrijver kaart een logistiek probleem aan: door veranderde aanvangstijden op de centrale markt (waar kooplieden hun waar inkopen) lukt het niet meer om tijdig op de eigenlijke marktplaats aanwezig te zijn. Hierdoor wordt hun vaste plek soms door anderen ingenomen. De informele weg (via winkeliers die de marktmeester bellen) functioneert niet meer. De schrijver stelt twee oplossingen voor: ofwel de plek wordt standaard gereserveerd, ofwel er komt een mogelijkheid om direct telefonisch contact op te nemen met de marktmeester. Als argument voor deze coulance voert de schrijver aan dat hij ondanks de verslechterde omstandigheden (geen verlichting) wel het volledige marktgeld van 1,35 gulden per week betaalt.

Historische Context

Het document dateert van november 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "buitengewone omstandigheden" waar de schrijver naar verwijst, hebben direct te maken met de oorlogssituatie.

Ten eerste waren er strikte verduisteringsvoorschriften van kracht; de opmerking "geen licht kan worden ontstoken" duidt hierop. Dit maakte het werken op de markt in de vroege ochtenduren zeer lastig. Ten tweede zorgden distributiemaatregelen en beperkingen in het vervoer ervoor dat de logistiek op de centrale markten verstoord raakte, waardoor marktkooplui vaak later op hun standplaats arriveerden. De brief biedt een inkijkje in hoe kleine zelfstandigen in het eerste oorlogsjaar probeerden hun nering voort te zetten binnen de knellende beperkingen van de nieuwe realiteit.

Locaties

Centrale Markt Ten Katemarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Dieren: Kat Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6