Besluit-extract van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Besluit-extract van de Gemeente Amsterdam. 13 december 1940. [Linksboven, gestempeld en geschreven:]
№ 27/105/4 M. 1940 27/12
[Getypt:]
No. 53/10 L.M.1940.
[Rechtsboven, geschreven:]
Marktw.
[Getypt:]
Teruggave van
betaald marktgeld.
[Rechtsboven, handgeschreven in rood/blauw potlood:]
m. St.
H. Sluiters [?]
27/12
[Getypt:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag 13 December 1940.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, wasch-
en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende be-
sluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het
Marktwezen, d.d. 5 December 1940, No. 27/105/2 M.;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de heffing van markt-,
standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t e n :
aan de nabestaanden van B. Groen, Krugerstraat 9 III, op gronden
van billijkheid teruggave van reeds betaald marktgeld te verleenen
tot een bedrag van f. 7,20.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdee-
lingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrich-
tingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
[Linksonder, handgeschreven:]
wi.
[Rechtsonder, getypt:]
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) J. F. FRANKEN l.s. Dit document is een officieel administratief besluit van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. Het betreft een relatief kleine financiële afhandeling: de restitutie van 7,20 gulden aan marktgeld.
De reden voor de teruggave wordt omschreven als "gronden van billijkheid". In ambtelijke termen betekent dit dat er geen strikte juridische verplichting was, maar dat het rechtvaardig werd geacht om het geld terug te geven, meestal omdat de betreffende marktkoopman zijn standplaats door onvoorziene omstandigheden (zoals ziekte of overlijden) niet had kunnen gebruiken. Het besluit volgt op een rapport van de Directeur van de Dienst van het Marktwezen van een week eerder. Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de administratie van de stad op het oog "normaal" doorgaat, bevond Amsterdam zich in een roerige periode waarin de eerste anti-Joodse maatregelen door de bezetter werden ingevoerd.
De persoon genoemd in het document, B. (Barend) Groen, woonde op de Krugerstraat 9-III. Uit historisch onderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Barend Groen een Joodse koopman was, geboren in 1883. Hij overleed op 18 oktober 1940 in Amsterdam, slechts twee maanden voordat dit besluit werd genomen. Dit verklaart waarom de teruggave van het marktgeld aan zijn "nabestaanden" wordt verleend; het betreft de afwikkeling van zijn zaken na zijn overlijden. De Krugerstraat ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die destijds een zeer grote Joodse populatie kende. Dit document vormt daarmee een klein, maar tastbaar bewijs van de bureaucratische afhandeling van het leven (en de dood) van een Joodse Amsterdammer aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.