Archief 745
Inventaris 745-320
Pagina 434
Dossier 103
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie).

14 december 1940. Van: G. Kreveld, Retiefstraat 35 II, Amsterdam. Aan: Directie Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie). 14 december 1940. G. Kreveld, Retiefstraat 35 II, Amsterdam. Directie Marktwezen, Amsterdam. $\underline{\text{No}}$ 27/109/1 M. 1940 $\frac{17}{12}$

Amsterdam 14 Dec - 40

Directie Marktwezen
Alhier.

Weledele Heer..

Hierbij deel ik U beleefd mede dat ik geen
gebruik meer wensch te maken van mijn standplaats
ten Katestr, dit met ingang van heden.
Inmiddels met de meeste hoogachting

G. Kreveld
Retiefstraat 35 II O
Alhier Deze brief is een formeel schrijven van G. Kreveld aan de Directie van het Marktwezen in Amsterdam. De toon is beleefd en zakelijk. De schrijver geeft aan per direct (14 december 1940) afstand te doen van zijn standplaats in de "Katestr" (waarschijnlijk de Kattenburgerstraat, waar destijds een markt werd gehouden).

De brief is voorzien van administratieve stempels en nummers die duiden op archivering door de betreffende gemeentelijke instantie. Rechtsboven staat in potlood een aantekening (mogelijk parafen) en rechtsonder staat het getal '27' genoteerd. Het document dateert uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De datum, december 1940, is van historisch belang. Kort daarvoor was de verordening 189/40 van kracht geworden, die de registratie van Joodse bedrijven verplicht stelde.

De afzender, G. Kreveld, woonde in de Retiefstraat in de Transvaalbuurt, een wijk die destijds een zeer grote Joodse populatie kende. Archiefonderzoek wijst uit dat op dit adres inderdaad de familie Kreveld woonde. De opzegging van een marktstandplaats door een Joodse koopman in deze periode kan vaak direct gelinkt worden aan de toenemende restricties en de uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven. Vanaf begin 1941 werden Joodse marktkooplieden volledig geweerd van de reguliere markten en gedwongen naar speciaal aangewezen "Joodse markten". Dit document is mogelijk een vroeg tastbaar bewijs van de impact van deze uitsluitingsmaatregelen op het dagelijks leven van individuele Amsterdammers.

Samenvatting

Deze brief is een formeel schrijven van G. Kreveld aan de Directie van het Marktwezen in Amsterdam. De toon is beleefd en zakelijk. De schrijver geeft aan per direct (14 december 1940) afstand te doen van zijn standplaats in de "Katestr" (waarschijnlijk de Kattenburgerstraat, waar destijds een markt werd gehouden).

De brief is voorzien van administratieve stempels en nummers die duiden op archivering door de betreffende gemeentelijke instantie. Rechtsboven staat in potlood een aantekening (mogelijk parafen) en rechtsonder staat het getal '27' genoteerd.

Historische Context

Het document dateert uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De datum, december 1940, is van historisch belang. Kort daarvoor was de verordening 189/40 van kracht geworden, die de registratie van Joodse bedrijven verplicht stelde.

De afzender, G. Kreveld, woonde in de Retiefstraat in de Transvaalbuurt, een wijk die destijds een zeer grote Joodse populatie kende. Archiefonderzoek wijst uit dat op dit adres inderdaad de familie Kreveld woonde. De opzegging van een marktstandplaats door een Joodse koopman in deze periode kan vaak direct gelinkt worden aan de toenemende restricties en de uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven. Vanaf begin 1941 werden Joodse marktkooplieden volledig geweerd van de reguliere markten en gedwongen naar speciaal aangewezen "Joodse markten". Dit document is mogelijk een vroeg tastbaar bewijs van de impact van deze uitsluitingsmaatregelen op het dagelijks leven van individuele Amsterdammers.

Gerelateerde Documenten 6