Archief 745
Inventaris 745-320
Pagina 458
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

4 januari 1939 (gezien de paarse administratieve stempel uit 1940 betreft dit zeer waarschijnlijk een verschrijving van de afzender aan het begin van het nieuwe jaar; bedoeld is 4-1-1940). Van: J.C. van der Linden, Rijnstraat 74, Amsterdam (Z), Telefoon 97633. Aan: "M.M." (vermoedelijk de Marktmeester of de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam).

Origineel

4 januari 1939 (gezien de paarse administratieve stempel uit 1940 betreft dit zeer waarschijnlijk een verschrijving van de afzender aan het begin van het nieuwe jaar; bedoeld is 4-1-1940). J.C. van der Linden, Rijnstraat 74, Amsterdam (Z), Telefoon 97633. "M.M." (vermoedelijk de Marktmeester of de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam). J.C. v.d. Linden
Rijnstraat 74 Tel 97633
Amsterdam (Z)

Amsterdam 4-1-39

Nº 28/2 / M.1940 5/1

M.M.

Ondergetekende verzoekt hier-
mede uitstel voor het gebruik maken
van den marktplaatsen Lindengracht
en Noordermarkt. Reden is daar mijn
vrouw bed moet houden, wat ongeveer
een week of zes kan duren. Hoepende
dat U mij verzoek inwilligt.

Hoogachtend
J.C. v.d. Linden

Bijlagen
Attest van den Arts. Het document is een formeel rekest van een Amsterdamse marktkoopman aan de gemeentelijke autoriteiten. De schrijver, J.C. van der Linden, verzoekt om een periode van zes weken afwezigheid van zijn standplaatsen op de Lindengracht en de Noordermarkt. De reden hiervoor is de gezondheidstoestand van zijn echtgenote, die op doktersvoorschrift bedrust moet houden. Om zijn verzoek kracht bij te zetten, heeft hij een doktersverklaring ("attest") bijgevoegd.

Taalkundig valt het gebruik van de verbogen lidwoorden op ("van den marktplaatsen"), evenals de destijds gebruikelijke afsluiting met een tegenwoordig deelwoord ("Hoepende dat..."). De datering "4-1-39" in combinatie met de stempel "1940" is een klassiek voorbeeld van een 'nieuwjaars-fout', waarbij de schrijver uit gewoonte het oude jaar noteert terwijl het nieuwe jaar net is begonnen. De Lindengracht en de Noordermarkt zijn historische en nog steeds actieve marktlocaties in de Amsterdamse Jordaan. Voor marktkooplieden in de jaren '30 en '40 was het essentieel om hun aanwezigheid officieel te regelen; wie zonder geldige reden wegbleef, riskeerde zijn standplaatsvergunning te verliezen.

Het document weerspiegelt de sociaal-economische realiteit van die tijd: de markthandel was vaak een gezinsbedrijf. Als de echtgenote ziek werd, viel er niet alleen een werkkracht uit, maar moest de man vaak ook de zorgtaken op zich nemen, waardoor de handel tijdelijk stil kwam te liggen. De woning van de afzender in de Rijnstraat (Amsterdam-Zuid) duidt erop dat hij een aanzienlijke afstand moest overbruggen naar de markten in het centrum/de Jordaan. De brief is geschreven slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland.

Samenvatting

Het document is een formeel rekest van een Amsterdamse marktkoopman aan de gemeentelijke autoriteiten. De schrijver, J.C. van der Linden, verzoekt om een periode van zes weken afwezigheid van zijn standplaatsen op de Lindengracht en de Noordermarkt. De reden hiervoor is de gezondheidstoestand van zijn echtgenote, die op doktersvoorschrift bedrust moet houden. Om zijn verzoek kracht bij te zetten, heeft hij een doktersverklaring ("attest") bijgevoegd.

Taalkundig valt het gebruik van de verbogen lidwoorden op ("van den marktplaatsen"), evenals de destijds gebruikelijke afsluiting met een tegenwoordig deelwoord ("Hoepende dat..."). De datering "4-1-39" in combinatie met de stempel "1940" is een klassiek voorbeeld van een 'nieuwjaars-fout', waarbij de schrijver uit gewoonte het oude jaar noteert terwijl het nieuwe jaar net is begonnen.

Historische Context

De Lindengracht en de Noordermarkt zijn historische en nog steeds actieve marktlocaties in de Amsterdamse Jordaan. Voor marktkooplieden in de jaren '30 en '40 was het essentieel om hun aanwezigheid officieel te regelen; wie zonder geldige reden wegbleef, riskeerde zijn standplaatsvergunning te verliezen.

Het document weerspiegelt de sociaal-economische realiteit van die tijd: de markthandel was vaak een gezinsbedrijf. Als de echtgenote ziek werd, viel er niet alleen een werkkracht uit, maar moest de man vaak ook de zorgtaken op zich nemen, waardoor de handel tijdelijk stil kwam te liggen. De woning van de afzender in de Rijnstraat (Amsterdam-Zuid) duidt erop dat hij een aanzienlijke afstand moest overbruggen naar de markten in het centrum/de Jordaan. De brief is geschreven slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland.

Gerelateerde Documenten 6