Archief 745
Inventaris 745-320
Pagina 499
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / Rapportage

25 januari 1940 Van: Nieuwenhoff (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder)

Origineel

Ambtelijk schrijven / Rapportage 25 januari 1940 Nieuwenhoff (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder) No 28/10/1 m 1940 19/1

Aan den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.

Pl no 15 Lindengracht
" " 51 Westerstraat.

Breemer is al meermalen gewaar-
schuwd zijn marktplaatsen beter te be-
zetten. Nu tracht hij voor te geven
dat hij geen handel heeft.
M.i. moet hem geen uitstel verleend
worden, en dient hij van de markt beter
gebruik te maken.

25 - 1 - 1940.

[handtekening]
Nieuwenhoff Het document is een interne ambtelijke rapportage gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de klacht is dat een marktkoopman genaamd Breemer zijn toegewezen plekken op de Lindengracht (nr. 15) en de Westerstraat (nr. 51) onvoldoende benut.

De schrijver, Nieuwenhoff, merkt op dat Breemer al vaker is gewaarschuwd. Breemer voert als excuus aan dat er "geen handel" is (weinig klandizie), maar de rapporteur wijst dit argument van de hand. Hij adviseert streng op te treden en geen uitstel te verlenen, met de duidelijke instructie dat de marktplaatsen beter gebruikt moeten worden. In die tijd was de druk op marktplaatsen groot; wie een vergunning had maar zijn plek niet effectief bezette, liep het risico deze kwijt te raken aan een andere gegadigde. Dit schrijven dateert van januari 1940, de periode van de 'Mobilisatie' in Nederland, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. De economische omstandigheden waren in die tijd onzeker, wat de opmerking van Breemer over het gebrek aan handel ("geen handel heeft") verklaarbaar maakt.

De Lindengracht en de Westerstraat zijn historisch belangrijke marktlokaties in de Amsterdamse Jordaan. Het "Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die toezag op de orde, indeling en leges van deze markten. Het taalgebruik is typisch voor de vooroorlogse bureaucratie, met archaïsche vormen zoals "den Inspecteur" en de afkorting "M.i." (mijns inziens). De handgeschreven notitie linksboven bevat waarschijnlijk dossiernummers en een eerdere datum (19/1), wat suggereert dat de kwestie al een week eerder in behandeling was genomen.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke rapportage gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de klacht is dat een marktkoopman genaamd Breemer zijn toegewezen plekken op de Lindengracht (nr. 15) en de Westerstraat (nr. 51) onvoldoende benut.

De schrijver, Nieuwenhoff, merkt op dat Breemer al vaker is gewaarschuwd. Breemer voert als excuus aan dat er "geen handel" is (weinig klandizie), maar de rapporteur wijst dit argument van de hand. Hij adviseert streng op te treden en geen uitstel te verlenen, met de duidelijke instructie dat de marktplaatsen beter gebruikt moeten worden. In die tijd was de druk op marktplaatsen groot; wie een vergunning had maar zijn plek niet effectief bezette, liep het risico deze kwijt te raken aan een andere gegadigde.

Historische Context

Dit schrijven dateert van januari 1940, de periode van de 'Mobilisatie' in Nederland, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. De economische omstandigheden waren in die tijd onzeker, wat de opmerking van Breemer over het gebrek aan handel ("geen handel heeft") verklaarbaar maakt.

De Lindengracht en de Westerstraat zijn historisch belangrijke marktlokaties in de Amsterdamse Jordaan. Het "Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die toezag op de orde, indeling en leges van deze markten. Het taalgebruik is typisch voor de vooroorlogse bureaucratie, met archaïsche vormen zoals "den Inspecteur" en de afkorting "M.i." (mijns inziens). De handgeschreven notitie linksboven bevat waarschijnlijk dossiernummers en een eerdere datum (19/1), wat suggereert dat de kwestie al een week eerder in behandeling was genomen.

Locaties

Amsterdam (Lindengracht en Westerstraat)

Gerelateerde Documenten 6