Getypte brief (vermoedelijk een doorslag of kantoorafschrift op dun papier).
Origineel
Getypte brief (vermoedelijk een doorslag of kantoorafschrift op dun papier). 30 november 1940. De Directeur (van de gemeentelijke marktdienst van Amsterdam). [Rechtsboven handgeschreven:]
M. de Veer [?]
[Middenboven handgeschreven:]
Verzonden 30/11
[Rechtsboven getypt:]
VD/HG.
den Heer K.L. Berlips,
Marnixkade 85 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
28/88/2 M. 30 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 November jl. bericht
ik U, dat ik er geen bezwaar tegen heb, dat U Uw plaatsen op de
markten Lindengracht en Westerstraat gedurende ten hoogste drie
maanden na dato dezes niet inneemt, mits het terzake verschuldigde
marktgeld wekelijks aan den dienstdoenden marktambtenaar wordt be-
taald.
De Directeurm De brief is een zakelijke mededeling van de Amsterdamse marktautoriteiten aan een marktkoopman. De heer Berlips krijgt toestemming om zijn standplaatsen op de Lindengracht en de Westerstraat (beiden gelegen in de Jordaan) maximaal drie maanden onbezet te laten. De cruciale voorwaarde voor het behoud van deze plekken is dat het verschuldigde marktgeld wekelijks wordt afgedragen aan de dienstdoende ambtenaar.
Opvallend is de typefout in de ondertekening: "De Directeurm" in plaats van "De Directeur". De brief weerspiegelt de strikte bureaucratische regels omtrent marktplaatsen; de plekken waren schaars en wie niet kwam opdagen zonder toestemming, liep het risico zijn vergunning te verliezen. Dit document is geschreven in november 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. In Amsterdam waren de markten belangrijke knooppunten voor de voedselvoorziening en de lokale economie. De Lindengracht en Westerstraat waren (en zijn) zeer populaire marktlocaties.
De reden dat de heer Berlips zijn plekken drie maanden niet inneemt, wordt niet vermeld, maar kan variëren van ziekte tot een tekort aan handelswaar door de oorlogsomstandigheden. Kort na de datum van deze brief zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter ook de markten zwaar gaan treffen; in 1941 werden Joodse kooplieden van de algemene markten geweerd en verbannen naar specifieke "Joodsche markten". Hoewel uit dit document niet direct blijkt of de heer Berlips Joods was, maakt de brief deel uit van de administratieve geschiedenis van de Amsterdamse markten in een zeer turbulente periode. Berlips krijgt (De heer) K.L. Berlips M. de Veer